RaboResearch - Economisch Onderzoek

Goede richting, maar nog een lange weg te gaan

Column

Delen:

De Nederlandse economie groeit weer. Voor de komende twee jaar verwachten wij een verdere toename van de economische activiteit. In vergelijking met de economische krimp van de afgelopen jaren is dat zonder meer een positieve ontwikkeling. Toch valt er wel iets op af te dingen. En om de economische gevoelstemperatuur van de komende tijd te kunnen begrijpen is dat ook verstandig om te doen.

Voordat het reële Bruto Binnenlands Product (BBP) in het tweede kwartaal van vorig jaar weer begon te groeien, lag de economische activiteit volgens deze maatstaf door de Grote Recessie van 2008/2009 en de Lange Recessie van 2011-2013 ruim 4% lager dan het voorlopige hoogtepunt in het eerste kwartaal van 2008. In onze economische verwachtingen ligt het BBP-volume aan het eind van 2015 nog steeds iets lager dan aan het begin van 2008. Maar we zijn dan wel bijna terug bij af. Na ongeveer acht jaar lagere economische activiteit worden dan weer even veel goederen en diensten per kwartaal geproduceerd als aan de vooravond van de mondiale financiële crisis.

Meer mensen, meer werkloosheid

Dat is hoopgevend. Máár: tegen die tijd zullen er naar verwachting ruim 500.000 inwoners zijn bijgekomen ten opzichte van begin 2008. Eind 2015 delen we dus dezelfde hoeveelheid productie met een groter aantal mensen, waardoor het BBP per hoofd van de bevolking dan nog steeds bijna 3% onder het niveau van begin 2008 zal liggen. Nu is dat op zichzelf misschien niet zo’n groot probleem. In de afgelopen jaren is het BBP per hoofd van de bevolking nooit onder het niveau gekomen dat we in 2006 al kenden. Als ik bij lokale banken lezingen geef en dit verhaal houd, krijg ik dan ook vaak de opmerking: "in 2006 waren we toch een rijk land?" En dat is zo.

Toch maakt het niveau van het BBP wel degelijk uit. De beroepsbevolking (iedereen die werkt of op zoek is naar een baan) is sinds begin 2008 met 150.000 mensen toegenomen. Omdat de productie sindsdien is gedaald, heeft de economie die toename niet kunnen absorberen. Sterker nog, het aantal werkzame personen is in dezelfde periode met ruim 210.000 mensen afgenomen. Dit verklaart de stijging van de werkloosheid met 360.000 personen. Zelfs als de werkgelegenheid volledig mee zou stijgen met de productie en al het banenverlies van de afgelopen jaren weer zou worden goedgemaakt, dan is de economische activiteit eind 2015 nog steeds niet hoog genoeg om de toename van het arbeidsaanbod van de afgelopen jaren een plaats te geven.

Beperkte groei van particuliere consumptie

Daarnaast zullen bedrijven in de afgelopen jaren hebben geprobeerd om de productiviteit te verhogen, door slimmere productieprocessen en in sommige gevallen door investeringen in machines en technologie. Daardoor kan productiegroei in eerste instantie worden gerealiseerd zonder de creatie van banen of zelfs met het verdere verlies ervan. Vanuit het perspectief van de ondernemer is dit weliswaar een verstandige keuze - als jij het niet doet, zal iemand anders het immers wel doen, waardoor je bij een gebrek aan productiviteitsgroei achter gaat lopen op de concurrentie. Maar aanvankelijk leidt dit slechts tot een beperkte toename van de werkgelegenheid terwijl de economie al weer een tijdje groeit.

Door dit relatief sombere beeld voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid voorzien we ook slechts een beperkte groei van de particuliere consumptie voor volgend jaar. Juist de bedrijven die sterk afhankelijk zijn van die particuliere bestedingen hebben het in de afgelopen jaren zwaar gehad. De huidige economische omslag zal daar naar het zich laat aanzien dus geen zeer snelle verandering in brengen. Hoewel de productie in de economie als geheel eind 2015 weer ongeveer even groot is als begin 2008, zal dit niet voor alle sectoren en bedrijven het geval zijn.

Productievolume of winst?

Voor bedrijven is bovendien niet alleen het productievolume van belang, maar ook hun winstmarge. Ondanks een zeer hoog aantal faillissementen is de productiecapaciteit in veel sectoren nog behoorlijk ruim, met neerwaartse druk op de prijzen tot gevolg. Daardoor is eerst een periode van productiegroei nodig, voordat een toename van de vraag ten opzichte van het aanbod ook weer positief uitwerkt op prijzen en marges. Let daar op als u macro-economische beschouwingen leest. Macro-economen hebben het vrijwel altijd over het productievolume, niet over omzet en winst.

De terugkeer van economische groei is op zichzelf een zeer positieve ontwikkeling. Maar tegelijkertijd betekent het pas het begin van een lange weg die nog te gaan is voordat de economische schade die in de afgelopen jaren is ontstaan weer is hersteld. Met al het positieve nieuws dat er is en nog komen gaat –en wie weet valt de economische groei nog wat hoger uit dan we nu verwachten– is het goed om oog te houden voor de mate waarin huishoudens en bedrijven daar ook iets van merken.

Delen:
Auteur(s)

naar boven