RaboResearch - Economisch Onderzoek

CPB schetst onzekere economische vooruitzichten

Themabericht

Delen:

Jaarlijks wordt op Prinsjesdag door het Centraal Planbureau (CPB) het economische beeld voor het volgende jaar geschetst in de Macro Economische Verkenning (MEV). Het onafhankelijke onderzoeksinstituut van de overheid verwacht dat de Nederlandse economie volgend jaar weer zal groeien, maar benadrukt de onzekerheid rond deze verwachting. De economische verwachtingen die het CPB schetst komen in grote lijnen overeen met het beeld dat wij schetsten in ons recent gepubliceerde Economisch Kwartaalbericht. Dit Economic Report is een beschouwing op de raming van het CPB en geeft geen volledige beschrijving van het in de MEV geschetste economische beeld. Het economische beeld wordt beschreven in ons Economic Report over de gevolgen van Prinsjesdag voor het bedrijfsleven. De economische gevolgen van het overheidsbeleid worden nader geanalyseerd in een Economic Report over de Miljoenennota.

Omslagpunt

Het economisch beeld lijkt halverwege dit jaar te zijn gekanteld. De conjunctuurindicator van het CPB laat een omslagpunt zien, wat suggereert dat het reële bruto binnenlands product (BBP) in de tweede helft van het jaar weer gaat toenemen. Ook wij verwachten op basis van beschikbare cijfers over economische activiteit en sentiment dat de recessie in de tweede helft van het jaar ten einde zal komen. De economische groei zal echter beperkt zijn. Volgens het CPB neemt het BBP-volume tot eind 2014 op kwartaalbasis tussen de 0,1% en 0,2% toe. Een dergelijke groei is bij lange na niet sterk genoeg om de krimp van de afgelopen jaren goed te maken en te voorkomen dat de werkloosheid verder oploopt. Wij vinden de groeiramingen bovendien nog vrij optimistisch.

Terugkeer groei door export

De economische groei keert terug, doordat de exportgroei aantrekt. De wereldeconomie en de wereldhandel groeien volgend jaar sneller dan dit jaar. Het buitenlandbeeld van het CPB komt grotendeels overeen met onze eigen verwachtingen (zie ons Economisch Kwartaalbericht). Wij voorzien een iets hogere groei van de wereldeconomie en een hogere exportgroei dan het Planbureau. Het CPB is echter op zijn beurt positiever over de ontwikkeling van de binnenlandse bestedingen dan wij, omdat de verwachte effecten van het gevoerde overheidsbeleid volgens het CPB kleiner zijn. Per saldo voorspelt het CPB een reële BBP-groei van ½% in 2014, terwijl wij verwachten dat de economie stagneert (tabel 1).

Impact zes miljard valt mee

Volgens de Haagse rekenmeesters zal door het aanvullende bezuinigingspakket van 6 miljard euro de BBP-groei in 2014 slechts ¼%-punt lager uitvallen. Wij stelden eerder dit jaar (in juni) onze economische groeiverwachtingen bij van ¾% naar 0% zonder de precieze invulling van het pakket te kennen. Gezien de gepresenteerde invulling van het bezuinigingspakket hebben wij voor een te groot deel van de aanvullende maatregelen verondersteld dat deze in een lager bestedingsvolume van de overheid neer zouden neerslaan. Toch zijn wij van mening dat het CPB te optimistisch is over de economische groei.

De impact van het bezuinigingspakket op de economische groei is volgens het CPB onder andere beperkt, doordat een fors deel (twee miljard) van de zes miljard euro aan bezuinigingen wordt gerealiseerd door de "beperking van fiscale faciliteiten van stamrechten" (MEV 2014 p.13). In een stamrecht-bv kan een werknemer zijn ontslagvergoeding onderbrengen. Voordeel daarvan is dat op het moment van ontslag geen belasting hoeft te worden betaald over de ontslagvergoeding, maar pas wanneer er een uitkering van deze bv wordt ontvangen. Een tijdelijk laag belastingtarief voor bestaande stamrecht-bv’s moet het reeds nu laten uitkeren en belasten van deze ontslagvergoedingen aanmoedigen. Daardoor nemen de belastinginkomsten in 2014 toe. Het is volgens het CPB onwaarschijnlijk dat het vrijvallen van de ontslagvergoedingen uit de bv’s tot hogere particuliere bestedingen leidt. Het grootste deel van de uitbetaalde tegoeden wordt waarschijnlijk in beleggingsproducten ondergebracht. De vrijval heeft daardoor vermoedelijk een beperkte impact op de particuliere consumptie.

Onbehoedzaam ramen

Volgens het CPB hebben lastenverzwaringen voor huishoudens in 2014 eveneens een beperkte impact op de particuliere consumptie. Dat komt doordat "consumenten vertraagd reageren op lastenverhogingen" (MEV 2014 p.13). In een uitgebreide analyse wordt echter uitgelegd dat huishoudens hun bestedingen in de afgelopen jaren veel sneller hebben aangepast aan dalingen in het inkomen dan in het verleden. De onzekere economische vooruitzichten, de daling van de huizenprijzen, de wens om schuld af te bouwen en de beperkte beschikbaarheid van vrij beschikbaar financieel vermogen zijn hier debet aan. Wij zijn van mening dat het CPB er verstandig aan had gedaan om een sterker dan verwachte krimp van de particuliere consumptie niet als risico maar als basisscenario aan te nemen. Gezien de bijzondere economische omstandigheden is het zeer waarschijnlijk dat bezuinigingen en lastenverzwaringen op dit moment een groter negatief effect hebben dan in de decennia voorafgaand aan de wereldwijde financiële crisis (Mind the fiscal speed limit, Rabobank Special 22 februari 2013).

Het grote plaatje

Hoewel er verschillen zijn in de economische verwachtingen moeten we deze niet groter maken dan ze zijn. Ook in de CPB-voorspelling neemt het BBP-volume tot eind 2014 nauwelijks toe en kan je, gezien de verdere stijging van de werkloosheid, niet echt spreken van economisch herstel. Bekijken we de ontwikkeling van het reële BBP per hoofd van de bevolking over een langere periode, dan is het verschil tussen onze verwachting en die van het CPB nauwelijks zichtbaar (figuur 1). Bovendien is de onzekerheid rond economische groeivoorspellingen groot. Een verschil van inzicht van een ½%-punt is dan ook niet indrukwekkend. Het is echter wel van belang, omdat de overheid voor de begroting van 2014 met de economische groeiprognose van het CPB rekent. Tegenvallende groei leidt daardoor meteen tot hogere uitgaven en lagere inkomsten dan verwacht. Waar de overheid een aantal jaar geleden zelf nog behoedzaam raamde door rekening te houden met economische groei die ½%-punt en later ¼-punt lager was dan de voorspelling van het CPB, is deze behoedzaamheid inmiddels verdwenen. De kans op begrotingstegenvallers is daardoor groot.

Figuur 1: Zeven jaar laagconjunctuur

Figuur 1: Zeven jaar laagconjunctuur

Bron: CBS, Niesr, Rabobank, CPB

Onzekerheid troef

De economische voorspellingen zijn in de afgelopen jaren veel te positief geweest. In de MEV 2014 wordt in een uitgebreide beschouwing en twee aanvullende boxen aandacht besteed aan bijstellingen van de economische verwachtingen. Die zijn voor een belangrijk deel bepaald door lager dan verwachte groei van de wereldhandel en een snellere daling van de huizenprijzen dan eerder verwacht. Daarnaast hebben tussentijdse begrotingsakkoorden, vooral in 2013, de economische verwach­tingen aanzienlijk negatiever gemaakt. Toch blijft naast deze drie factoren nog een groot deel van de verkeerde voorspellingen niet goed te verklaren. Het CPB wijst op het hierboven besproken voorzichtigere gedrag van huishoudens en de mogelijk grotere negatieve impact van bezuinigingen en lastenverzwaringen als mogelijke oorzaken.

Het niet mee kunnen nemen van aanvullend begrotingsbeleid zal de economische voorspellingen ook volgend jaar waarschijnlijk parten spelen. Het pakket van 6 miljard heeft een beperkt positief op het begrotingstekort in 2015. Er is echter een grote kans dat de prognose voor 2015 volgend voorjaar laat zien dat ook in dat jaar het tekort nog hoger zal zijn dan 3%-BBP. Daardoor moet volgend jaar hoogstwaarschijnlijk opnieuw aanvullend beleid bedacht worden om in 2015 het begrotingstekort terug te dringen tot onder de 3%-BBP (zie voor een nadere beschouwing op de overheidsfinanciën ons Economic Report over de Miljoenennota 2014). Het CPB zal dit in haar eerste verwachtingen voor 2015 nog niet mee kunnen nemen, waardoor deze waarschijnlijk te positief zullen zijn. Wij kunnen nog niet aangekondigd beleid in beginsel wel meenemen in onze economische verwachtingen, maar dat houdt in dat we naast de economie ook het begrotingsbeleid moeten voorspellen. Voor de omvang van het aanvullend beleid kan die inschatting ook volgend jaar wellicht weer gemaakt worden op basis van de aanbeveling van de Europese Commissie. Maar door een gebrek aan inzicht in de invulling van dit beleid zal het ook dan weer lastig zijn om invulling te geven aan de economische effecten. De onzekerheid over de omvang en aard van aanvullende bezuinigingen blijft de economische voorspellingen van zowel het CPB als andere instellingen voorlopig dus dwars zitten.

Overigens is in de laatste jaren de indruk ontstaan dat economische voorspellingen stelselmatig te optimistisch zijn. Daar is echter geen sprake van. In het verleden zijn er ook perioden geweest waarin jaren achtereen de groei in het komende jaar te laag is ingeschat. Het meest in het oog springend is daarbij de onderschatting van de economische groei in de tweede helft van de jaren negentig. Onderzoek wijst uit dat de gemiddelde absolute voorspelfout over een lange periode ruim 1%-punt was (CPB Document 178, Trefzekerheid CPB-prognoses 1971-2007). Dat houdt in dat voorspellingen voor de reële BBP-groei gemiddeld genomen 1%-punt te hoog of te laag zijn geweest. Uit dezelfde studie weten we ook dat het gemiddelde verschil tussen de werkelijke ontwikkeling en de voorspelling nul is. Dat komt omdat te hoge en te lage voorspellingen elkaar afwisselen en gemiddeld genomen even groot zijn. Hoewel te positieve en te negatieve inschattingen over een lange periode tegen elkaar wegvallen is er op het oog in figuur 1.3 (MEV 2014, p.15) wel een patroon te zien, waarbij de voorspellingen steeds achter de feiten aanlopen. Tijden van hoogconjunctuur duren langer en kennen een hogere groei dan verwacht, terwijl de diepte van de laagconjunctuur onderschat wordt en het herstel minder snel inzet dan verwacht. Een zelfde beeld zien wij overigens in een soortgelijke figuur voor onze eigen voorspellingen van de afgelopen 25 jaar (figuur 2). Hoewel de genoemde CPB-studie, tot ons genoegen, concludeerde dat de Rabobank in de tien jaar voor de crisis de kleinste voorspelfout maakte, blijken de verschillen in prestaties tussen de in de studie bekeken instellingen en banken erg klein.

Figuur 2: Voorspelhistorie Rabobank

Figuur 2: Voorspelhistorie Rabobank

Bron: CBS, Rabobank

De recessie voorbij

De recessie zal in de tweede helft van het lopende jaar waarschijnlijk ten einde komen. Maar van een echt, breed gevoeld, economisch herstel zal nog geen sprake zijn. De koopkracht daalt volgend jaar voor het vijfde jaar op rij en de werkloosheid loopt verder op. De invulling van het pakket van 6 miljard maakt het waarschijnlijk dat volgend jaar opnieuw aanvullende maatregelen genomen moeten worden om het begrotingstekort in 2015 voldoende terug te dringen. En als de economische groei tegenvalt, waar zeker rekening mee moet worden gehouden, moeten wellicht ook voor 2014 extra bezuinigingsmaatregelen worden genomen. Naar het zich laat aanzien blijft de onzekerheid over het economisch beleid en de negatieve wisselwerking tussen overheidsbeleid en economische ontwikkelingen voorlopig in stand.

Tabel 1: Voorspellingen CPB en Rabobank
Tabel 1: Voorspellingen CPB en RabobankBron: CBS, Rabobank, CPB
Delen:
Auteur(s)

naar boven