RaboResearch - Economisch Onderzoek

Bedrijfsleven: exportgedreven herstel

Themabericht

Delen:

In 2014 is de economische omgeving voor het bedrijfsleven naar verwachting iets minder somber dan in de afgelopen twee jaar. Toch blijft er een tweedeling bestaan. Bedrijven die het moeten hebben van de buitenlandse vraag profiteren volgend jaar van de aantrekkende economische groei bij onze belangrijkste handelspartners. De meer op het binnenland gerichte bedrijven blijven het komend jaar moeilijk houden, vanwege de zwakke binnenlandse bestedingen.

Economische vooruitzichten licht verbeterd

In het tweede kwartaal van 2013 verkeerde de Nederlandse economie nog altijd in recessie. De economische vooruitzichten voor belang­rijke handelspartners, zoals de VS, het VK en Duitsland zijn echter positief en hierdoor zijn de exportvooruitzichten in de afgelopen maanden sterk verbeterd. Naar verwachting vormt de exportgroei in de tweede helft van dit jaar en volgend jaar dan ook een sterkere steun voor de Nederlandse economie dan in de afgelopen periode, waardoor de Nederlandse eco­no­mie de reces­sie achter zich zal laten. Van een krach­tig economisch herstel zal echter geen sprake zijn zolang de binnenlandse bestedingen onder druk blijven staan. Dit en komend jaar daalt de particuliere consumptie vermoedelijk verder. Verder is de investeringsgeneigdheid van veel bedrijven beperkt. In de meeste sectoren ligt het productieniveau nog onder het niveau van voor de Grote Recessie. Alleen in de landbouw en niet-commerciële dienstverlening (overheid en zorg) ligt de huidige productie hoger dan in 2008. Per saldo krimpt het volume van de bedrijfsinvesteringen dit jaar nog fors. Volgend jaar nemen de bedrijfsinvesteringen beperkt toe, maar wel vanaf een uiterst laag niveau.

Figuur 1: Faillissementen nemen toe

Figuur 1: Faillissementen nemen toe

Bron: CBS

Naar verwachting neemt de omvang van de Nederlandse economie dit jaar in reële termen met 1¼% af ten opzichte van 2012. Voor volgend jaar voorzien we een stagnatie van de economische activiteit, hoewel er door het jaar heen spra­ke zal zijn van een positieve economische ontwikkeling [1]. Niet alleen binnen de economie is er sprake van een tweedeling, ook binnen het bedrijfsleven is hier sprake van.

Voetnoot

[1] Voor 2014 zijn wij pessimistischer over de eco­nomische ontwikkeling dan het Centraal Planbureau (CPB). In het Economic Report CPB schetst onzekere economische vooruitzichten worden de verschillentussen de ramingen van het CPB en Rabobank onder de loep genomen. In dit Economic Report zetten wij onze eigen verwachtingen voor de komende periode uiteen (zie ook het Economisch Kwartaalbericht september 2013).

Op het buitenland georiënteerde bedrijven profiteren van exportgroei…

De vooruitzichten voor de uitvoer zijn in de afgelopen maanden verbeterd. Onze belangrijkste handelspartners kenden in het tweede kwartaal een relatief hoge economische groei. Verschillende stemmings­indicatoren wijzen op een versnelling van de groei in de tweede helft van het jaar, vooral in de VS en het VK. Voor volgend jaar verwachten we in deze landen aanmerkelijk hogere groei dan dit en vorig jaar. In Europa zal de groei beperkt blijven, maar dit is wel een verbetering ten opzichte van de perio­de van recessie die achter ons ligt. De uitvoergroei komt dit jaar voornamelijk nog voor rekening van een toename in het wederuitvoervolume (doorvoerhandel). Volgend jaar neemt de uitvoer van binnenlands geproduceerde goederen na twee jaar stagnatie naar verwachting weer toe. Door de sterke toename van het uitvoervolume in combinatie met een zwakke toename van het invoervolume stijgt het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans.

Door de verwachte exportgroei zijn de vooruitzichten voor het op het buitenland georiënteerde bedrijfsleven verbeterd. In de zeer exportgerichte maakindustrie zijn de eerste tekenen van herstel al zichtbaar. De inkoopmanagersindex van de maakindustrie liet de afgelopen maanden een sterke verbetering zien. Ook nam het producentenvertrouwen licht toe. Ondernemers zijn niet alleen positiever over de verwachte bedrijvigheid in de komende drie maanden, maar ook over hun orderpositie. De bezettingsgraad steeg van 75,6% in april tot 77,4% in juli en neemt in de komende periode vermoedelijk verder toe. Ook de groothandel, die iets meer dan de helft van de toegevoegde waarde uit de uitvoer van goederen en diensten haalt, profiteert in de komende periode van de aantrekkende buitenlandse vraag. Het beeld binnen de transportsector is divers. Het deel van de sector dat is gericht op de internationale markt, vooral bedrijven die zich bezig houden met vervoer over water en door de lucht, profiteert van de aantrekkende exportgroei in de tweede helft van dit jaar en volgend jaar. Het meer op het binnenland gerichte deel van de sector, zoals bedrijven die zich bezig houden met transport ten behoeve van de bouw en de retail, presteren minder goed. Logistieke dienstverleners en koeriersbedrijven profiteren van de opkomst van e-commerce.

…maar op het binnenland georiënteerde bedrijven blijven het moeilijk houden

Het binnenlandse economische beeld blijft vooralsnog zwak. Het particuliere consumptievolume neemt dit en volgend jaar opnieuw af, vooral als gevolg van een daling van het reëel beschikbaar inkomen. Andere factoren, zoals de daling van de woningprijzen en de onzekerheid over de hoogte van de (toekomstige) pensioenuitkering, spelen echter ook een rol.

Door het dalende particuliere consumptievolume blijven sectoren die het moeten hebben van de binnenlandse bestedingen het volgend jaar moeilijk houden. De detailhandel, die voor meer dan 90 procent van haar afzet afhankelijk is van de binnenlandse vraag, ziet de afzet in 2014 vermoedelijk wederom krimpen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de detailhandel food hier waarschijnlijk minder last van heeft dan de detailhandel non-food. Ook andere sectoren die vooral gericht zijn op de binnenlandse markt, zoals de horeca, automotive en bouw, zien hun afzet in 2014 waarschijnlijk nog dalen, maar de krimp zal in 2014 vermoedelijk lager uitvallen dan dit jaar. Dit laatste geldt in het bijzonder voor de automotive, waar de afzet dit jaar scherp afnam als gevolg van de aanpassing van de BPM per 1 januari 2013 en de geringe koopbereidheid van consumenten. Hoewel het aantal verkopen van bestaande koopwoningen lijkt te stabiliseren (zie ook het Kwartaalbericht Woningmarkt september 2013), nemen de woninginvesteringen dit en komend jaar vermoedelijk af. Door stabilisatie van de transactieaantallen en mogelijk in 2014 stabilisatie van het aantal bouwvergunningen zijn de vooruitzichten voor de bouw volgend jaar iets beter, maar van een productiegroei zal nog geen sprake zijn. Bovendien blijft het herstel op de woningmarkt omgeven met economische onzekerheden.

Werkloosheid loopt verder op

De economische situatie van de afgelopen jaren heeft ook zijn weerslag gehad op de financiële buffers van het bedrijfsleven, maar de financiële slagkracht lijkt op macroniveau nog altijd voldoende groot. De solvabiliteit van het Nederlandse bedrijfsleven is, ondanks de crisis, gemiddeld redelijk op peil gebleven. Het gemiddelde solvabiliteitscijfer geeft echter een vertekend beeld, aangezien de hoge solvabiliteit van een klein aantal zeer grote bedrijven het cijfer sterk beïnvloedt. Dat veel bedrijven het moeilijk hebben blijkt ook uit het toenemende aantal uitgesproken faillissementen. Vooral in conjunctuurgevoelige sectoren, zoals de bouw en de maakindustrie, ging de afgelopen jaren een toenemend percentage bedrijven failliet. In het geval van de maakindustrie zit de pijn van de recessie vooral bij kleine capaciteitsbedrijven die als toeleverancier dienen van de grotere exporterende bedrijven. Vanwege het beperkte economische herstel blijft het aantal faillissementen dit en volgend jaar naar verwachting hoog.

Door het relatief hoge aantal faillissementen en de verslechterde financiële situatie van veel (vooral kleine) bedrijven nam de werkgelegenheid in de afgelopen periode af, terwijl het arbeidsaanbod nagenoeg gelijk bleef. De werkloosheid is in de tweede helft van 2012 en de eerste helft van dit jaar dan ook fors gestegen. De arbeidsmarkt blijft gedurende dit en volgend jaar vermoedelijk ruim.
Ondanks de verbeterde economische vooruitzichten krimpt de werkgelegenheid dit en volgend jaar naar verwachting verder. Bedrijven zullen immers eerst de arbeidsproductiviteit weer op peil brengen, voordat zij nieuwe mensen aannemen. De arbeidsproductiviteitgroei neemt komend jaar toe, al blijft de groei in historisch perspectief beperkt. De verdere daling van de werkgelegenheid zal samen met een licht stijgende beroepsbevolking leiden tot een toename van de werkloosheid, van 6¾% dit jaar naar 7½% volgend jaar.

Figuur 2: Werkgelegenheidskrimp breed gedragen

Figuur 2: Werkgelegenheidskrimp breed gedragen

Bron: CBS

De contractloonstijging in de marktsector komt zowel dit jaar als volgend jaar uit op 1½%. Hiermee blijft de loonstijging achter bij de inflatie. Door overheidsbeleid, onder meer de BTW-verhoging van oktober vorig jaar en de hogere toegestane huurverhoging van juli dit jaar, komt de inflatie dit jaar uit op 2¾%. Volgend jaar valt het opwaartse effect van beleid grotendeels weg. De inflatie loopt dan terug naar 1½%. Doordat de nominale lonen achterblijven bij de inflatie dalen de reële lonen in 2014. Vanuit economisch perspectief is deze loonmatiging onverstandig. Het zet de toch al kwakkelende consumptie verder onder druk. Bovendien is loonmatiging niet nodig gezien de goede prijsconcurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Impact kabinetsbeleid op bedrijfsleven

Het kabinet heeft zich voor 2014 gecommitteerd aan 6 miljard euro aan extra bezuinigingen. Deze bezuinigingsmaatregelen komen bovenop de tekortreducerende maatregelen die in de afgelopen jaren al zijn genomen (cumulatief 38 mld euro over de periode 2011-2014). Al deze ombuigingen en lastenverzwaringen kunnen echter niet voorkomen dat de in Europees verband afgesproken begrotingsnorm van 3% van het BBP volgend jaar waarschijnlijk opnieuw wordt overschreden (zie ook het Economic Report Prinsjesdag: op herhaling). Het kabinet heeft een deel van deze bezuinigingsopgave ingevuld door middel van een netto lastenverzwaring voor het bedrijfsleven van 2¼ mld euro in 2014.

Deze lastenverzwaring komt onder meer voort uit het vervallen van de incidentele verlaging in 2013 van de AOF-premies (1¼ mld euro) en de verhoging van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties (1¼ mld euro). Andere lastenverzwaringen betreffen een verhoging van WW-premies (¾ mld euro) en de resolutieheffing voor banken in verband met de nationalisatie van SNS REAAL (1 mld euro). De eenmalige werkgeversheffing van 16% voor inkomen boven de 150.000 euro wordt volgend jaar verlengd (½ mld euro). De belangrijkste lastenverlichting is de verlaging van de ZVW-werkgeverspremie (- 1 ¼ mld euro). Daarnaast zijn er tal van kleinere maatregelen (zie hiervoor de Macro Economische Verkenning 2013, pp. 62-63).

Sommige maatregelen uit het bezuinigingspakket van 6 miljard euro pakken overigens goed uit voor ondernemers. Zo kan het bedrijfsleven dit jaar profiteren van een incidentele verlaging van de arbeidsongeschiktheidspremies (AOF-premies) (-1¼ mld euro) en de mogelijkheid om investeringen die in de tweede helft van 2013 worden gedaan voor 50% willekeurig af te schrijven (-¼ mld euro). Door deze laatste maatregel kunnen bedrijven in 2013 meer afschrijven ten laste van hun belaste winst.

Indirect kunnen de lasten voor ondernemers ook toenemen door de verhoging van de accijnzen op brandstof en op alcoholische dranken en frisdrank. Dit geldt ook voor het aflopen van het verlaagde BTW-tarief voor de renovatie van woningen per 1 maart 2014. In hoeverre de lasten voor ondernemers door deze maatregelen daadwerkelijk stijgen, hangt af van de mate waarin ondernemers de belastingverhogingen doorberekenen aan consumenten. Inmiddels blijkt dat de BTW-verhoging van oktober vorig jaar, met enige vertraging, volledig in de prijzen is verwerkt (MEV 2013, p. 40).

Conclusie

De productie van het bedrijfsleven staat door de lage binnenlandse bestedingen al een paar jaar onder druk. Het exportafhankelijke bedrijfsleven profiteert volgend jaar van hogere economische groei bij onze belangrijkste handelspartners. De bedrijven die op de binnenlandse markt zijn gericht houden het relatief moeilijk. Deels komt dit door de nieuwe lastenverzwaringen, maar grotendeels doordat huishoudens hun reële inkomens verder zien dalen. De investeringsgeneigdheid van het bedrijfsleven blijft door de lage binnenlandse bestedingen volgend jaar beperkt.

Literatuur

CPB (2013), Macro Economische Verkenning 2013, Den Haag: Centraal Planbureau.

Piljic, D. (2013), Prinsjesdag: op herhaling, Economic Report, Rabobank, 17 september 2013.

Legierse, T. (2013), CPB schetst onzekere economische vooruitzichten, Economic Report, Rabobank, 17 september 2013.

De Vries, P. en P. van Dalen (2013), Kwartaalbericht Woningmarkt, Rabobank, 13 september 2013.

Delen:
Auteur(s)

naar boven