RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Verbetert het waarschuwingsmechanismeverslag 2014 de economische herbalancering?

Economisch commentaar

Delen:

De procedure voor macro-economische onevenwichtigheden (PMO) van de Europese Commissie (EC) is in december 2011 opgezet en in 2012 voor het eerst in werking getreden. De procedure is gericht op het opsporen, voorkomen en corrigeren van macro-economische onevenwichtigheden die het functioneren van de Europese Unie in gevaar zouden kunnen brengen. Middels een aantal stappen signaleert de MIP trends die tot 'booms en busts' zouden kunnen leiden en helpt het de juiste beleidsreacties vorm te geven om deze risico’s in te perken en te beheersen. De eerste stap van procedure betreft het waarschuwingsmechanismeverslag (in het Engels: Alert Mechanism Report - AMR) dat de EC ieder jaar opstelt. In deze eerste screening wordt nagegaan welke lidstaten nader onderzoek behoeven. In het verslag voor 2014 concludeert de EC dat, naast de andere landen met een groot overschot op de lopende rekening, ook Duitsland onderworpen zal worden aan een dergelijke ‘diepgaande evaluatie’. Dit is een welkome ontwikkeling, ook al achten wij het onwaarschijnlijk dat landen als Duitsland en Nederland in de ‘procedure bij buitensporige onevenwichtigheden’ (PBO) belanden. Ondertussen hebben de perifere landen grote vooruitgang geboekt bij het corrigeren van hun externe onevenwichtigheden. De interne balans is daardoor echter weer verder uit zicht geraakt. Zowel de werkloosheidspercentages als de publieke en private schuldenlast blijven hoog. Om het aanpassingsproces soepel te laten verlopen zou de EC er goed aan doen landen met een overschot op de lopende rekening te dwingen tot het nemen van maatregelen die de binnenlandse vraag stimuleren. Doet ze dit niet, dan zullen de door de crisis getroffen landen de komende periode een pijnlijke herbalanceringsfase doormaken. 

Wat is er mis met een overschot op de lopende rekening?

Duitsland is altijd trots op zijn grote overschotpositie, waarin het land een bevestiging ziet van zijn ultrasterke concurrentievermogen. De laatste tijd is er echter een flinke dosis kritiek uitgeoefend op het Duitse macro-economische beleid. Na de publicatie van een afkeurend artikel van de Duitse ‘Vijf Wijzen’ en een kritisch rapport van het Amerikaanse ministerie van Financiën hebben de beleidsmakers van het land een verdedigende houding aangenomen. De EC strooide nog eens zout in de wonden met de publicatie van haar ‘waarschuwingsmechanismeverslag 2014’. In de recentste editie is Duitsland voor het eerst toegevoegd aan de lijst met landen waarvoor een ‘diepgaande evaluatie’ moet worden opgesteld. Naar verwachting zal deze evaluatie in februari of maart volgend jaar zijn afgerond. Het Duitse overschot vloeit volgens de EC niet alleen voort uit “sterk concurrentievermogen en specialisatie in de sectoren waarvoor de wereldwijde vraag hoger ligt”, maar vormt ook een afspiegeling van de “zwakke binnenlandse vraag”, met name van de lage investeringenratio (figuur 1). De spaarquote van Duitse huishoudens behoort ondanks de op een na laagste private schuldratio (ten opzichte van het BBP) in het eurogebied en de gunstige financiële omstandigheden tot de hoogste binnen de monetaire unie.

De Duitsers zijn altijd sterke voorstanders geweest van objectieve beleidsvorming en strikte handhaving van de Europese regels. Nu ze zelf mogelijk in de ‘procedure bij buitensporige onevenwichtigheden’ belanden claimen ze echter dat er sprake is van vals spel. Laten we duidelijk stellen dat de kans dat dit daadwerkelijk gebeurt klein is. Landen die als politieke zwaargewichten te boek staan, met name Duitsland, zijn namelijk de minst waarschijnlijke kandidaten om ooit een boete wegens economische onevenwichtigheden opgelegd te krijgen. Met het niet bestraffen van Spanje en Slovenië voor de buitensporige onevenwichtigheden die de EC in het voorjaar van 2013 bij ze vaststelde, is dit risico verder afgenomen (zie de Rabobank Special “Institutionele herinrichting eurozone”). Landen met een overschot op de lopende rekening die tot de machtige ‘kerngroep’ behoren zullen zich daarom niet door de PMO gedwongen voelen om ook maar één ingrijpende maatregel te nemen die gericht is op het stimuleren van de binnenlandse vraag. Het is dan ook geen verrassing dat de externe herbalancering binnen de eurozone tot nu toe een asymmetrisch proces is geweest (figuur 2) waarbij de perifere landen gedurende de crisis hun tekorten op de lopende rekening aanzienlijk hebben verminderd.

Figuur 1: Gebrek aan investeringen
Figuur 1: Gebrek aan investeringenBron: IMF
Figuur 2: Externe herbalancering eurozone
Figuur 2: Externe herbalancering eurozone Bron: Reuters EcoWin

De perifere landen hebben veel gedaan, maar het opwaarts potentieel is groot

Als we verder kijken zien we dat van de veertien belangrijkste ontwikkelde Europese landen in onze steekproef slechts één land deze ronde geen diepgaande evaluatie hoeft te ondergaan (Oostenrijk). Ierland, Griekenland en Portugal zijn vrijgesteld omdat ze nog steeds financiële ondersteuning krijgen in ruil voor programma’s waarin bezuinigingen en structurele hervormingen expliciet zijn opgenomen. Ook Frankrijk heeft vier indicatoren die hun drempelwaarden overschrijden, hetgeen te wijten is aan de hoge Franse schuldenlast (bij de overheid en in de private sector), het dalende marktaandeel in de export en de reële effectieve wisselkoers. Nederland heeft bovenop deze indicatoren ook nog een zorgwekkend hoge overschotpositie, dat als percentage van het BBP de hoogste van de Europese Unie is.

De perifere landen hebben aanzienlijke vooruitgang geboekt in het verkleinen van hun externe onevenwichtigheden. Met name het terugdringen van de begrotingstekorten in combinatie met aanmerkelijke verbeteringen van het kostenconcurrentievermogen (gestimuleerd door structurele hervormingen) heeft geleid tot een sterke daling van de lopenderekeningtekorten. Het zal uiteraard nog even duren voordat de internationale netto-investeringsposities van deze landen tot een houdbaar niveau dalen. Ondertussen moeten er verdere stappen worden gezet in de aanpak van de interne onevenwichtigheden. Met uitzondering van Italië ligt in alle landen het werkloosheidspercentage momenteel boven de drempelwaarde. Daarnaast liggen de overheidsschuldratios ook duidelijk boven de drempelwaarde van 60%. Drie landen (Ierland, Portugal en Spanje) hebben bovendien buitensporige private schuldratios (ten opzichte van het BBP). Het goede nieuws is dat geen enkel land in onze steekproef een onevenwichtigheid vertoont als we kijken naar de extreme stijging van (i) reële huizenprijzen, (ii) kredietverlening als percentage van het BBP, (iii) verplichtingen van de financiële sector en (iv) loonkosten per eenheid product.

Figuur 3: Scorebord PMO Europese Commissie - 2012
Figuur 3: Scorebord PMO Europese Commissie - 2012

Conclusie

We kunnen tevreden vaststellen dat de externe onevenwichtigheden in de perifere landen afnemen en dat, voor de veertien landen waar we ons in dit stuk op richten, enkele indicatoren niet langer hun drempelwaarden overschrijden. De landen met een overschot op de lopende rekening nemen echter niet de maatregelen die nodig zijn om hun binnenlandse vraag een impuls te geven. Deze overschotten zullen volgens de EC “op korte termijn niet aanzienlijk afnemen”. Het is zonde dat beleidsmakers niet beseffen dat dalende overschotten de duurzaamheid van de groei zou bevorderen zonder het nationale concurrentievermogen aan te tasten. Bovendien zou de externe herbalancering een minder pijnlijk proces zijn voor de door de crisis getroffen landen wanneer de correctie zich op een symmetrische manier voltrekt. De landen met een overschotpositie moeten zich realiseren dat herbalancering binnen de gehele monetaire unie moet plaatsvinden, en niet in een enkele regio. Het is helaas niet waarschijnlijk dat de overschotlanden in het “Noorden” de juiste maatregelen nemen, aangezien zij het onwaarschijnlijk achten ooit in de PBO te belanden en in geval van niet-naleving een boete opgelegd te krijgen. Als de EC ervoor wil zorgen dat de gewenste economische herbalancering binnen het eurogebied plaatsvindt, dan zal ze ieder land, politiek zwaargewicht of niet, gelijk moeten behandelen. Dit betekent echter niet dat een land daadwerkelijk in de PBO terechtkomt, omdat de Europese Raad uiteindelijk de aanbeveling van de EC moet goedkeuren.

Delen:
Auteur(s)

naar boven