RaboResearch - Economisch Onderzoek

Sneller mondiaal economisch herstel: herbalancering en handelsliberalisering

Themabericht

Delen:

De wereldeconomie herstelt van de Grote Recessie, maar trager dan in het ver­leden na recessies het geval was. Deels speelt hier de aard van de crisis, namelijk een financiële, een rol. Deels is het ook toe te schrijven aan de manier waarop beleidsmatig wordt omgegaan met handelsover­schot­ten en –tekorten. In de nasleep van de crisis zien we een sterke nadruk op het redu­ce­ren van lopende rekeningtekorten. Grotendeels via binnenlandse bestedingszwakte als gevolg van bezuinigingen en private schuldafbouw. Daarentegen is er nauwelijks aandacht voor het verminderen van lopende rekeningoverschotten, via ver­steviging van de binnenlandse vraag die tegelijkertijd de invoervraag uit de overschot­lan­den zou opvoeren. Voor een sneller mondiaal economisch herstel zou dit wenselijk zijn. Het goede nieuws daarentegen is dat tot dusver­ de vrees van een protectionistische reflex in de nasleep van de Grote Reces­sie ongegrond is gebleken. Integendeel, er wordt momenteel over baanbrekende han­delsovereenkomsten gesproken. Zowel Trans-Pacifisch (al geruime tijd), als (meer recent) ook Trans-Atlantisch worden handelsbesprekingen gevoerd, die op termijn een bescheiden, maar welkome impuls kunnen leveren aan de mondiale handelsgroei en het verdere econo­mische herstel.

Pas op: lopende rekeningtekort?

In de aanloop naar de mondiale financiële crisis liepen de tekorten en overschotten op de lopen­de rekeningen van de betalingsbalansen wereldwijd flink op. Deze zogenaamde betalingsbalans oneven­wichtigheden worden algemeen beschouwd als een factor die heeft bijge­dra­gen aan het ontstaan van de crisis. Met name de lopende rekeningtekorten bleken –voornamelijk met de wijsheid van achteraf– gedreven door excessieve kredietgroei (bijvoorbeeld in de VS, Ierland en Spanje), beperkt en/of eroderend concurrentievermogen (bijvoorbeeld in Grieken­land en Italië), of beide (bijvoor­beeld in Portugal). Overschotposities werden vooral gezien als reflectie van concurrerende econo­mie­ën met houdbare (i.e. niet krediet-gedreven) binnenlandse bestedingsgroei.

Vanuit die context richtten beleidsinspanningen zich vervolgens vooral op het reduceren van lopende rekeningtekorten. Zo was het in Zuid-Europa met name de recessie –ge­dre­ven door forse overheids­bezui­nigingen en scherpe kredietrantsoenering– die leidde tot inmiddels vrijwel volledig weggewerk­te lopende rekeningtekorten. Ook in de VS leidde de Grote Recessie tot een forse afname van het han­delstekort, waaraan ook de opkomst van de schalie-energiewinning structureel bijdraagt (Bruins­hoofd et al., 2013; Marey en Koopman, 2013). Ondanks dat beleid er niet op was gericht om lopende rekeningoverschotten terug te dringen, is per saldo het beeld anno 2013 dat in de meeste landen en regio’s de lopende rekeningposities zijn teruggebracht (figuur 1). 

Figuur 1: Lopende rekeningposities nemen af
Figuur 1: Lopende rekeningposities nemen afBron: IMF, Rabobank

De reductie van de mondiale betalingsbalans on­even­wichtigheden is voor de financiële stabiliteit een wenselijke ontwikkeling. Maar de eenzijdige beleidsmatige focus op lopende rekeningtekortreductie ver­traagt het economische herstel (IMF, 2013). Het zou voor een krachtiger mondiaal economisch herstel wenselijk zijn om vooral in de overschotlanden het beleid sterker gericht te zien op versteviging van de private, binnenlandse bestedingen. Via de resulterende extra invoervraag zouden de tekortlanden dan in staat zijn om hun verdere lopende rekening­tekortreductie meer via uitvoergroei te laten plaatsvinden. Er is helaas weinig animo in de grootste overschotlanden (Duitsland en China) om de beleidskoers (sneller) om te gooien.

Globalisering steekt kruispunt over

Het wereldhandelsvolume heeft desalniettemin een krachtig herstel doorgemaakt; met 34% cumulatieve groei vanaf het dal in 2009 ligt dit al weer 13% boven de pre-crisis piek (figuur 2). De pro­tectionistische reflex, waar wij in 2009 nog voor waarschuwden (Rabobank, 2009), is uit­gebleven en dat is vanuit het mondiale economische herstel bezien maar goed ook.[1] Sterker nog, een groeiende groep landen rondom de Stille Oceaan onderhandelt sinds 2010 over een pakket aan multilaterale handelsafspraken (de Trans-Pacific Partnership) dat veel verder moet reiken dan de tot dusver leidende kaders van de Doha-ronde. En dit jaar hebben de VS en de EU de onderhandelingen heropend over een volgens insiders ‘veelomvattend ’ Trans-Atlantisch handelsverdrag. Waar importbeperkend economisch beleid in overschotlanden niet bijdraagt aan een krachtiger economisch herstel, is men dus wel bereid om handelsverdieping door liberalisering na te streven.

Figuur 2: Krachtig handelsherstel
Figuur 2. Krachtig handelsherstelBron: NiGEM, Rabobank

De regionale handelsbesprekingen vullen deels het gat dat is gevallen door het uitblijven van multi­laterale doorbraken; in 2008 liep de zogenaamde Doha-ronde van multilaterale handelsliberalisering van de Wereldhandels­organisatie wederom vast.

Trans-Atlantische handelsbesprekingen

Na verkennende onderzoeken zijn in juli 2013 de onderhandelingen voor een vrijhandelsgebied tus­sen de VS en de EU gestart.[2] De ambitie is om binnen enkele jaren tot een handelsverdrag te komen.[3] Het doel daarvan is het wegnemen van de belangrijkste onderlinge handels­barrières en krachtige standaarden neer te zetten voor de rest van wereld. De nadruk ligt op weder­zijdse markttoegang, convergentie van regelgeving en het aanpakken van gedeelde mondiale handelsbelemmeringen, zoals duurzaamheidsontwikkelingen en energievoorraad (EC, 2013). De grootste verwachte winst moet worden behaald uit conver­gen­tie van regel­geving en liberalisering van de handel in diensten en overheidsaanbestedingen (CEPR, 2013). Momenteel is nog teveel sprake van onnodige kosten door bureaucratische rompslomp en andere non-tarifaire belemmeringen (NTB’s), zoals kwaliteitseisen, veiligheidsvoorschriften en invoerquota. Dit zijn uiteraard politiek ook meteen de lastigste punten van het verdrag. Denk bijvoorbeeld aan voedselveiligheidsvereisten in combinatie met verschillende inzichten inzake gentechnologie en preventieve inenting van veestapels. CEPR (2013) acht het haalbaar om ongeveer 50% van de kostprijs-effecten van NTB’s en verschillen in regelgeving weg te nemen. De potentiele economische winst voor de Europese economie komt volgens CEPR (2013) uit op ¼-½%-BBP, ofwel €306,- tot €545,- per gemiddeld Europees huishouden per jaar. Gezien het feit dat het Trans-Atlantische handelsblok het grootste van de wereld is –de onderlinge handel beslaat ongeveer de helft van de totale wereldhandel (CEPR, 2013) – wordt verwacht dat standaarden die uit dit verdrag voortvloeien (gedeeltelijk) zullen worden overgenomen door andere landen. Daarnaast profiteren andere landen mee van de kostenreducties die worden bereikt.

Trans-Pacifisch Partnerschap

Trans-Pacifisch zijn al vele verdragen gesloten, bilateraal en regionaal.[4] De onderhandelingen voor het Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP) zijn officieel in maart 2010 begonnen. Deze zijn voort­ge­komen uit eerdere onderhandelingen (2006) tussen Nieuw-Zeeland, Singapore, Brunei Darussalam en Chili (bekend als de Trans Pacific Strategic Economic Partnership of Pacific-4). Met het TTP beogen de vier voornoemde landen, de Verenigde Staten, Australië, Peru, Vietnam, Maleisië, Canada, Mexico en Japan een vrijhandelszone op te zetten. Het TTP doelt er daarnaast ook op vrije handel en economische samenwerking te promoten richting alle andere landen in de Trans-Pacifische regio om uiteindelijk een zo groot mogelijk handelsblok te vormen. Dit vereist wel dat er een overeenkomst wordt gesloten die voorsorteert op de participatie van nieuwe leden. Het streven is een verdrag met hoge standaarden, een vergaande mate van liberalisering en het opnemen van onderwerpen die buiten de scope van het WTO-verdrag en andere handelsverdragen in de regio vallen. Het verdrag moet onder meer afspraken maken over handel in goederen en diensten, intellectuele eigendomsrechten, technische handelsbarrières, markttoegang voor goederen en diensten, rules of origin (regels van oorsprong), telecommunicatie, arbeid, milieu en nieuwe opkomende kwesties, zoals digitale technologie.

De Trans-Pacifische regio omvat een aantal van ‘s werelds snelst groeiende economieën, herbergt ongeveer 40% van de wereldbevolking en genereert meer dan 50% van het mondiale BBP (Williams, 2013). De mondiale economie zal derhalve naar verwachting een positieve impuls krijgen van een TTP verdrag en haar mogelijke uitbreiding. Petri et al. (2011) hebben een poging gedaan om deze mondiale economische impact te kwantificeren. Volgens Petri et al. (2011) zal het wereldwijde eco­nomische voordeel van het TTP verdrag toenemen van 16 miljard dollar in 2015 tot 104 miljard dollar in 2025.[5] Wanneer met de TTP een Free Trade Area of the Asia Pacific (FTAAP), c.q. een vrijhandels­zone van het gehele Aziatisch-Pacifisch gebied wordt bereikt, dan kan de mondiale economische acti­viteit zelfs toenemen met ongeveer 1%. Deze berekening is echter gebaseerd op heel wat aannames. Het verdrag is namelijk aan verandering onderhevig en de onderwerpen die in het verdrag daadwer­kelijk zullen worden opgenomen zijn nog onduidelijk en met geheimzinnigheid omgeven. De haal­baar­heid van het ambitieuze verdrag is afhankelijk van de mate waarin verschillende discussiepunten en belemmeringen daadwerkelijk zullen worden uit onderhandeld. De twaalf deelnemende landen zijn zowel in termen van rijkdom als economische structuur –open versus relatief gesloten markten– erg uiteenlopend. Het is een grote uitdaging om regels te ontwikkelen die de belangen van deze diver­se economieën behartigen. Het is onder andere de vraag in hoeverre de minder ontwikkelde economieën bereid zijn om het relatief hoge niveau van de intellectueel eigendomsbescherming van de VS te accepteren en bereid zijn om hun arbeidswetgeving aan te passen. Andere belangrijke obstakels zijn de handel in landbouwproducten, met name de zogenaamde ‘gevoelige’ (beschermde) producten, zoals melkproducten en suiker, regels van oorsprong en gemeenschappelijke tarieven. Tot slot moet de TTP passend gemaakt worden om te fungeren naast de reeds bestaande bilaterale en regionale verdragen (Krist, 2012; Lewis, 2011).

Figuur 3: Handelsliberalisering in de maak
Figuur 3: Handelsliberalisering in de maakBron: Rabobank
Figuur 4: Simulatieresultaten
Figuur 4: SimulatieresultatenBron: Berekeningen Rabobank m.b.v. NiGEM

Voetnoten

[1] Het geschil over de uitvoer naar Europa van te goedkope Chinese zonnepanelen, of het schandaal rondom de export naar China van vervuilde Nieuw-Zeelandse melkpoeder zijn slechts incidenten en geen weerspiegeling van een onderliggende protectionistische trend.

[2] Eerdere initiatieven om een Trans-Atlantische vrijhandelszone op te zetten, de Trans Atlantic Free Trade Area, werden medio jaren negentig gestaakt.

[3] De afluisterschandalen van de Amerikaanse geheime dienst NSA kunnen de onderhandelingen gaan beïnvloeden en vormen een risico voor de succesvolle afronding ervan.

[4] Bijvoorbeeld The Association of Southeast Asian Nations (ASEAN), waarvan o.a. Brunei, Maleisië, Singapore en Vietnam lid zijn, de Canada-United States Free Trade Agreement; de North American Free Trade Agreement en de Australia-New Zealand Closer Economic Relations Accord.

[5] Canada, Mexico en Japan werden niet meegenomen, omdat deze landen ten tijde van de studie nog geen deel uitmaakten van het onderhandelingsmandaat.

Potentiële opsteker voor het mondiale herstel

De economische impact van handelsliberalisatie is minder eenduidig dan op basis van de econo­mi­sche tekstboeken verwacht zou worden. Lloyd (2011) beargumenteert dat handelsliberalisering niet alleen het potentiële handelsvolume naar een hoger niveau tilt, maar ook het groeitempo ervan structureel kan verhogen. Het rende­ment op onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden kan bijvoorbeeld stijgen. Handelsliberalisering kan vol­gens zijn literatuuronderzoek leiden tot een 1%-punt hoger groeitempo van de mondiale econo­mi­sche activiteit.

Falvey en Foster (2012) bevestigen het groeibevorderende effect van handelsliberalisering op de lange termijn, maar stellen ook vast dat dat effect doorgaans geringer is wanneer de liberalisering wordt doorgevoerd in een tijd van economische crisis. De argumentatie is dat handelsliberalisering dan slechts toevoegt aan de sowieso al benodigde economische hervorming. Fan et al. (2012) concluderen dat de impact van liberalisering af­hankelijk is van de mate van openheid van de betreffende economieën, alsmede de mate waarin de exportkosten in de breedste zin afnemen. Wat betreft het ambitieniveau van zowel TTIP en TTP, scoren beide initiatieven op dit vlak goed. Mattoo (2013) legt ten slotte nog de vraag neer of de landen die niet aan de onderhandelingstafels zitten uiteindelijk beter worden van uiteindelijke afspraken, wat volgens hem volledig afhangt van de juridische modaliteiten.[6]

Modelmatige illustreren we de zeer tentatieve impact van de handelsimpuls op de wereldeconomie middels een simulatie met het werelddekkende macro-econo­mi­sche model NiGEM. We benadrukken dat we te weinig detailinformatie hebben om deze impulsen scherp te kalibreren. Onze doorrekening is vooral bedoeld om de orde van grootte van de macro-economische doorwerking van de beide handelsbesprekingen te schetsen. Vanuit de doorlichting van de onderwerpen waarover wordt onderhandeld en de inzichten vanuit de economische literatuur komen we –heel grofmazig– tot een tweetal economische impulsen die naar onze mening de essentie van de economische impact van de TPP en TTIP handelsbesprekingen kan vatten. In de eerste plaats een directe impuls op het mondiale wereldhandelsvolume; waarin we veronderstellen dat dit over een periode van vijf jaar cumulatief op een 2½% hoger niveau komt te liggen. Ten tweede een productiviteitsschok, waarbij de jaarlijkse arbeidsproductiviteitsgroei in de deelnemende landen met 0,4%-punt ­versnelt gedurende dezelfde vijfjaarsperiode. De simulatie­resultaten (figuur 4) tonen betekenisvolle bijdragen aan de economische activiteit. Over een periode van 5 jaar kan het BBP in de betreffende landen ruim 1% hoger liggen dan anders het geval was ge­weest, ofwel een groei-impuls van bijna ¼% per jaar. Nederland profiteert als kleine, open economie relatief sterk. Het is geen wonderolie voor de wereld­economie, maar een welkome steun in de rug, zeker voor Europa met haar uitermate trage herstel. Voldoende om de onderhandelingen te willen laten slagen.

Voetnoot

[6] En dan cruciaal die rondom de zogenaamde ‘regels van oorsprong.

Referenties

Bruinshoofd, W.A., Smolders , N.M.P en Weernink, M. (2013), De schalierevolutie vanuit een macro-economische context, Rabobank Economic Report, 13 november 2013.

CEPR (2013), Reducing Transatlantic Barriers to Trade and Investment: An Economic Assessment, Final Project Report, Prepared under implementing Framework Contract TRADE10/A2/A16, maart 2013.

EC (2013), Member States endorse EU-US trade and investment negotiations.

Falvey, R. en N. Foster, (2012), “Trade Liberalization, Economic Crises, and Growth.” World Development.” 40(11), pp. 2177–2193.

Fan, H., E.L.C. Lai en H.S. Qi (2012), Global gains from trade liberalization, CESifo Working Paper No. 3775, maart 2012.

IMF (2013), Mind the Gap: Narrowing Imbalances, while Maintaining Growth, G20 LEADERS’ SUMMIT IMF Survey, 13 september 2013.

Krist, W. (2012), "Negotiations for a Trans-Pacific Partnership Agreement." Wilson Center, Program on America and the Global Economy.

Lloyd (2011), “Free Trade and Growth in the World Economy”, The Singapore Economic Review 56(3), pp. 291–306.

Lewis, M. K. (2011), “Trans-Pacific Partnership: New Paradigm of Wolf in Sheep's Clothing”, The Boston College International & Comparative Law Review, vol. 34 (27), pp. 27-52.

Marey, P. en S. Koopman (2013), The macro-economic effects of the shale gas revolution, Financial Markets Research Special, november 2013.

Mattoo, A. (2013), “An EU-US trade deal: Good or bad for the rest of the world?“, VoxEU.org, 10 oktober.

Rabobank (2009), Visie op 2010: Globalisering op een kruispunt, Rabobank Themabrochure, december 2009.

Wiliams, B. R. (2013), Trans-Pacific Partnership (TPP) Countries: Comparative Trade and Economic Analysis

Delen:
Auteur(s)
Allard Bruinshoofd
Rabobank KEO
030 21 62666
Rachida Talal-Azimi
Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven