RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederlandse economie groeit weer voorzichtig

Economisch commentaar

Delen:

Het volume van het Nederlandse Bruto Binnenlands Product (BBP) nam in het derde kwartaal van 2013 met 0,1% toe ten opzichte van het kwartaal ervoor (figuur 1). Het positieve groeicijfer past in de trend die de afgelopen kwartalen al merkbaar was in een kleiner wordende krimp van de economie. Er is echter nog geen duidelijke bron van groei. De particuliere consumptie kromp in het derde kwartaal met 0,5% k-o-k wederom fors. De overheidsbestedingen groeiden met 0,1% zeer beperkt. De overheidsconsumptie nam met 0,2% af. Daar stond echter een groei in de overheidsinvesteringen van 4,3% tegenover. De groei in bedrijfsinvesteringen viel terug van 3,8% in het tweede kwartaal naar 0,7% in het derde kwartaal. Woninginvesteringen namen voor het eerst sinds het eerste kwartaal van 2011 weer toe, met 1,2%. Dit past bij de stabilisatie in woningtransacties in de afgelopen kwartalen. De export stagneerde in het derde kwartaal en deed het daarmee een stuk minder goed dan in het tweede kwartaal. Omdat de import licht toenam was de bijdrage van de netto handel aan de BBP-groei negatief. Opvallend is de forse positieve bijdrage van 0,6% van het statistisch verschil aan het BBP volume in het derde kwartaal. Deze groei kan niet worden toegeschreven aan een van de bestedingscomponenten. Dit maakt de cijfers lastig om te interpreteren.

Figuur 1: Economie groeit weer

Figuur 1: Economie groeit weer

Bron: CBS

Aan de productiezijde groeide de maakindustrie in het derde kwartaal met 0,9%, in lijn met het kwartaal ervoor. In de sectoren delfstoffen en energie was sprake van een krimp, mede als gevolg van een normalisatie van de gasconsumptie sinds het koude eerste kwartaal. De productie in de bouw nam in het derde kwartaal toe, na in het tweede kwartaal ook al te zijn gegroeid (figuur 2). Dit is te danken aan de eerder genoemde groei in woninginvesteringen en de overheidsinvesteringen.

Figuur 2: Productiegroei in veel sectoren

Figuur 2: Productiegroei in veel sectoren

Bron: CBS

Vooruitzichten vierde kwartaal zijn goed

De groei van het BBP-volume in het derde kwartaal, en positieve bijstellingen over eerdere kwartalen, zorgen ervoor dat de economie dit jaar minder hard krimpt dan eerder gedacht. De vooruitzichten voor het vierde kwartaal zijn bovendien goed. De economische groei in de eurozone is in het derde kwartaal weliswaar vertraagd (zie voor een analyse de blog Eurozone: Herstel kost tijd), maar sentimentsindicatoren wijzen op een hogere groei voor het laatste kwartaal. Ook in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn de vooruitzichten goed. Hierdoor zal de uitvoer van Nederland waarschijnlijk weer gaan groeien. De maakindustrie zal hier als eerste van profiteren. De relatief hoge sentimentindicatoren voor de maakindustrie in oktober ondersteunen deze gedachte. Door de normalisatie van de energieconsumptie zal ook het negatieve effect hiervan in het volgende kwartaalcijfer niet langer zichtbaar zijn. Dit betekent dat de totale industriële productie, die in het derde kwartaal nog met 1,4% op kwartaalbasis kromp, waarschijnlijk weer gaat aantrekken.

Van een uitbundige economische groei zal voorlopig echter geen sprake zijn. De binnenlandse bestedingen staan nog steeds onder druk doordat huishoudens, banken en de overheid tegelijkertijd bezig zijn om hun vermogenspositie te verbeteren. Bovendien blijft het beschikbare inkomen van huishoudens voorlopig dalen door de beperkte loonstijging en de dalende werkgelegenheid. 

Banenkrimp zet door

De langdurig lage economische groei trekt dit jaar duidelijk zijn wissel op de arbeidsmarkt. In het derde kwartaal alleen verloren 44.000 werknemers hun baan. De krimp van het aantal banen is breed verdeeld over de verschillende sectoren (figuur 3). De meeste banen gingen verloren in de gezondheidszorg (-13.000), de bouwnijverheid (-7.000) en de zakelijke dienstverlening (-6.000). Over de eerste drie kwartalen van 2013 gingen 127.000 arbeidsplaatsen verloren. Dit is al meer dan de totale krimp van vorig jaar (-85.000). Door de daling van het aantal arbeidsplaatsen, in combinatie met een stijging van het arbeidsaanbod, loopt het werkloosheidspercentage al geruime tijd op. Op dit moment is 7% van de beroepsbevolking werkloos. Ondanks het positieve groeicijfer in het derde kwartaal is de gevoelstemperatuur voor veel burgers dus nog laag. Vooruitkijkend verwachten we dat de werkgelegenheid op z’n vroegst halverwege 2014 gaat aantrekken. Naar schatting loopt het werkloosheidspercentage nog op tot gemiddeld 7½% in 2014.

Figuur 3: Banenkrimp breed verdeeld

Figuur 3 Banenkrimp breed verdeeld

Bron: CBS

Conclusie

Positief nieuws moet ergens beginnen. Een periode van lange en grote economische krimp is voorbij. Maar de economische schade van de afgelopen jaren is nog lang niet hersteld. Krimp of groei van het BBP alleen biedt dan een incompleet beeld van de economische ontwikkelingen. De arbeidsmarkt zal nog geruime tijd nodig hebben om van de terugval in de productie te herstellen.

Delen:
Auteur(s)

naar boven