RaboResearch - Economisch Onderzoek

Monetaire financiering moet uit de taboesfeer

Column

Delen:

Bij deplorabele staat van overheidsfinanciën is het aan ECB om eurozone stevige groei-impuls te geven

Verschenen in het Financieele Dagblad, 25 november 2013

De eurozone heeft een stevige groei-impuls nodig. En gezien de deplorabele staat van de overheidsfinanciën in de meeste lidstaten moet deze monetair worden gefinancierd. Daarom is het tijd om het taboe hierop te slechten.

Op 7 november verlaagde de Europese Centrale Bank haar beleidsrente tot 0,25%, de laagste stand ooit. Vooral de scherpe daling in het inflatietempo in oktober zette de bank aan tot deze stap. Een volgende stap die wordt genoemd, is de invoering van een negatieve depositorente. Hier slaan de beleidsmakers de plank mis. Het huidige monetaire beleid is duwen tegen een touw. Een verdere renteverlaging betekent slechts dat nog harder tegen dit touw wordt geduwd.

Het is niet mijn bedoeling de ECB te bekritiseren. De afgelopen jaren heeft zij de grenzen van haar mandaat opgezocht om de euro te redden. Dat de euro nog bestaat, kunnen we vooral op het conto van de ECB schrijven. Van veel kanten is gewezen op het potentieel inflatoire karakter van het beleid. Te weinig wordt echter onderkend dat de eurozone zich inmiddels griezelig dicht bij een deflatie bevindt. In Zuid-Europa is de situatie weliswaar aan de langzaam beterende hand, maar voor de vele werklozen zijn de vooruitzichten voor de komende jaren ronduit slecht. Als de werkloosheid zich boven de 20% van de beroepsbevolking bevindt en de helft van de jongeren zonder werk zit, helpt maar één recept: een stevige groei-impuls. En die kan het best monetair worden gefinancierd, gezien de deplorabele toestand van de overheidsfinanciën in de meeste EMU-lidstaten en de Duitse onwil om als groeimotor van Europa te fungeren.

Monetaire financiering bevindt zich in Europa echter diep in de taboesfeer. In feite is de ECB verantwoordelijk gemaakt voor de handhaving van de prijsstabiliteit, zonder dat zij een volledig instrumentarium mee heeft gekregen. Een oplopend prijspeil kan zij met haar huidige instrumentarium goed bestrijden, maar voor deflatiebestrijding is zij slecht toegerust. Dit is begrijpelijk, gezien de geschiedenis, maar heeft in het huidige tijdsgewricht grote nadelen. Want op dit moment zijn monetaire maatregelen nodig die zich rechtstreeks vertalen in bestedingen en banen en die het structurele inflatietempo terugbrengen tot in de buurt van de 2%, de doelstelling van de ECB. Daarbij kan worden gedacht aan het monetair financieren van investeringen in infrastructuur en duurzame energievoorziening. De ECB moet deze te financieren projecten uiteraard niet zelf selecteren. Dat moet de politiek doen of de Europese Investeringsbank. Het moet daarbij gaan om infrastructurele projecten op Europees niveau die in omvang en tijd duidelijk zijn afgebakend. Maar de beslissingsbevoegdheid over de mate van monetaire financiering moet niet bij de politiek, maar bij de ECB berusten.

Ik pleit dus met nadruk niet voor het monetair financieren van de lopende overheidsuitgaven in de lidstaten. Als er één les uit de geschiedenis kan worden getrokken, dan is het dat die weg heilloos is. De Europese centrale banken, dus ook de ECB, zijn niet voor niets uit de sfeer van de dagelijkse politiek gehaald. Die onafhankelijkheid is een groot goed en moet worden gekoesterd.

Maar veel oorlogen zijn verloren en veel crises worden verergerd doordat beleidsmakers nog bezig zijn de vorige te verwerken. Zo ook nu. Europa ontworstelt zich moeizaam aan de recessie, kent een veel te hoge werkloosheid en zit op het randje van deflatie. Dus waarom zou monetaire financiering nu nog steeds uit den boze zijn? Hoe eerder dit taboe wordt opgeheven, hoe beter. Want de EMU heeft zijn problemen nog lang niet achter zich gelaten.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 66617

naar boven