RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse recessie zet door

Economisch commentaar

Delen:

De krimp van de Nederlandse economie was in het eerste kwartaal van 2013 met 0,1% relatief beperkt. Maar dat het BBP-volume ondanks een forse positieve impuls van hoger gasverbruik in het koude eerste kwartaal toch kromp, laat zien dat de onderliggende economische ontwikkeling zeer zwak was.

Het Nederlandse BBP-volume nam in het eerste kwartaal van 2013 met 0,1% af ten opzichte van het kwartaal ervoor (figuur 1). De recessie die in het derde kwartaal van 2012 begon is daarmee dus voortgezet.

Op basis van cijfers die het CBS vorige week over de industrie publiceerde en die een zeer sterke groei lieten zien, hadden wij rekening gehouden met een kleine groei van de gehele Nederlandse economie. Die sterke groei van de industrie was toe te schrijven aan het hogere gasverbruik door het relatief koude eerste kwartaal (zie Macro Comment 13/12). Dit effect is ook terug te zien in de vandaag gepubliceerde cijfers. De consumptie van huishoudens nam met 0,4% k-o-k toe. Die groei is niet te danken aan de detailhandels- en autoverkopen, zo weten we uit de maandcijfers die hierover beschikbaar zijn. Het hogere gasverbruik heeft de consumptie opgestuwd. Hoe groot dit effect is geweest, kunnen we pas goed inschatten als aanvullende gegevens beschikbaar komen. Maar zonder het op­waartse effect van de hogere gasconsumptie zou het consumptievolume waarschijnlijk verder zijn gekrom­pen. Behalve de consumptie van huishoudens daalden de overige binnenlandse bestedingen in het eerste kwartaal verder. De blijvende economische zwakte is goed zichtbaar in de bedrijfs­investeringen, die 5,9% k-o-k afnamen, en de negatieve groeibijdrage van de voorraadvorming (0,5%-punt). De over­heidsbestedingen daalden met 1,7% k-o-k ook zeer sterk. 

De export van goederen en diensten groeide met 1% k-o-k. Dat is een iets lagere groei dan in het laatste kwartaal van 2012 maar steekt positief af bij veel andere Europese landen, waar het uitvoer­volume veelal daalde (zie Macro Comment 13/14). Omdat het importvolume met 1,3% k-o-k daalde, leverde de netto-export een zeer forse bijdrage aan de BBP-mutatie (van 1,8%-punt). Wel moet worden opge­merkt dat het koude eerste kwartaal ook een opwaarts effect kan hebben gehad op de uitvoer van gas. In dat geval geldt ook hier dat de onderliggende economische ontwikkeling wellicht zwakker was dan de cijfers suggereren.

Figuur 1: Recessie zet door
Figuur 1: Recessie zet doorBron: CBS
Figuur 2: Werkloosheid loopt verder op
Figuur 2: Werkloosheid loopt verder opBron: CBS

Omdat de particuliere consumptie en waarschijnlijk ook de export in het eerste kwartaal tijdelijk naar een hoger niveau zijn getild door het lang aangehouden winterse weer, was de economische ontwik­keling in het eerste kwartaal zwakker dan de beperkte krimp van 0,1% doet vermoeden. In het tweede kwartaal zien we de gasproductie bovendien sterk terugvallen, waardoor het BBP in dat kwartaal negatief zal worden beïnvloed.

Het consumenten- en producentenvertrouwen zijn in Nederland tot en met april zeer laag gebleven. Samen met dalende reële lonen, oplopende werkloosheid, een lage bezettingsgraad in de industrie en bezuinigingen van de overheid leidt dit waarschijnlijk tot een verdere daling van de binnenlandse bestedingen. In Duitsland en België zijn belangrijke sentimentindicatoren in maart en april verzwakt. Tot nu toe blijven tekenen van een aantrekkende economische groei in China uit en in de Verenigde Staten wordt de groei in het tweede kwartaal beperkt door bezuinigingen. Dit alles biedt weinig hoop op een verhoging van de exportgroei in het tweede kwartaal. Daardoor zal de Nederlandse economie waar­schijnlijk ook in het tweede kwartaal nog in recessie blijven. Daarmee zal economische activiteit zich in de eerste helft van dit jaar dan negatiever hebben ontwikkeld dan wij eerder verwachtten.

Door de recessie is de werkloosheid in de afgelopen maanden fors toegenomen. In april bereikte het werkloosheidspercentage volgens de internationale definitie 6,5% van de beroepsbevolking (figuur 2). Hoewel de maand-op-maandstijging van 0,1%-punt wat minder sterk was dan in de voorgaande maanden, nam de krimp van de werkgelegenheid juist toe ten opzichte van de voorgaande maand. De matiging van de werkloosheidsstijging was te danken aan een krimp van de beroepsbevolking.

Het Centraal Plan Bureau (CPB) verwachtte in zijn Centraal Economisch Plan van maart 2013 een gemiddelde werkloosheid van 6¼% voor dit jaar. Doordat dit percentage al in maart al is behaald en een verdere stijging in het vooruitzicht ligt, zal het CPB deze voorspelling bij zijn volgende raming waar­schijnlijk opwaarts bijstellen. Volgens onze analyse van de economische zwakte in de eerste helft van het jaar is een neerwaartse bijstelling van de groeiverwachtingen waarschijnlijker dan een opwaartse bijstelling. En hoewel het verhoogde gasverbruik wellicht een positief effect heeft op het begrotingstekort van 2013 zal dit het structurele saldo niet verbeteren. De € 4,3 miljard aan bezuinigingen voor 2014 die in de ijskast staan in afwachting van hopelijk betere groeivoorspellingen van het CPB zullen in de aanloop naar Prinsjesdag daar dus weer worden uitgehaald. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven