RaboResearch - Economisch Onderzoek

Lange winter maskeert recessie

Economisch commentaar

Delen:

De Nederlandse economie kende een zeer zwak eerste kwartaal. Maar het BBP-cijfer dat het CBS op 15 mei publiceert, zal wellicht groei laten zien. Dit is dan te danken aan ver­hoogd gasverbruik door de lange winter. Onderliggend blijft de economie in recessie.

De productie van de Nederlandse maakindustrie daalde in maart met 2% ten opzichte van de maand ervoor. Voor het eerste kwartaal van 2013 bedroeg de krimp ten opzichte van het voorgaande kwartaal 1,9% (figuur 1). Dit is de grootste krimp sinds de mondiale recessie in het eerste kwartaal van 2009. De maakindustrie heeft last van dalende binnenlandse bestedingen en zwakke groei van de buitenlandse vraag. De productiekrimp in het eerste kwartaal past in het beeld van een voortdurende recessie.

De ontwikkeling in de totale industrie, die naast de maakindustrie ook de mijnbouw en de nutsbedrijven omvat, laat echter een heel ander beeld zien. De totale industriële productie nam in maart met 4,4% toe ten opzichte van de maand ervoor. Dit volgt op een groei van 3,5% in februari. Daardoor is de totale industriële productie in het eerste kwartaal met 4,7% gestegen ten opzichte van het kwartaal ervoor (figuur 1). Deze sterke groei is te verklaren door het lang aanhouden van het winterse weer, waardoor het in het eerste kwartaal van 2013 voor het seizoen behoorlijk koud was. Daardoor is het gasverbruik fors toegenomen, wat tot een hogere productie in de industrie heeft geleid.

Hoewel de relatie tussen de kwartaal-op-kwartaalgroei van de industriële productie en het BBP-volume niet heel sterk is, wijst de sterke productiegroei in de industrie op een groei van het BBP in het eerste kwartaal van dit jaar (figuur 2). Het koude eerste kwartaal maskeert daardoor de onderliggende economische zwakte, die zo goed te zien is in de maakindustrie.

Figuur 1: Maakindustrie en totale IP
Figuur 1: Maakindustrie en totale IPBron: CBS
Figuur 2: Industriële productie en BBP
Figuur 2: Industriële productie en BBPBron: CBS

Economische groei door hoger gasverbruik geeft weinig reden tot vreugde. Het leidt niet tot meer werkgelegen­heid, verlaagt het inkomen dat beschikbaar is voor andere uitgaven, leidt tot een snellere uitputting van een eindige grondstof en verhoogt de uitstoot van CO2. De verhoogde productie en consumptie van gas zijn bovendien van tijdelijke aard. Bij normale temperaturen in het voorjaar zal de industriële productie in het tweede kwartaal weer sterk terugvallen. Net als het te rooskleurige beeld dat de BBP-groei voor het eerste kwartaal waarschijnlijk zal schetsen, zal de mogelijke krimp van het BBP in het tweede kwartaal dan een te negatieve voorstelling van zaken geven.

Sentimentindicatoren tot en met april wijzen op verdere krimp in de maakindustrie in het tweede kwartaal van dit jaar. De binnenlandse vraag zal waarschijnlijk verder afnemen en de groei van de wereldeconomie is te zwak om voor een forse groei van de export te zorgen. Dit maakt onze huidige verwachting dat de econo­mische groei in Nederland vanaf het tweede kwartaal weer voorzichtig terug zal keren wellicht te opti­mistisch.

Wat de BBP-cijfers volgende week ook zullen zijn, de Nederlandse economie verkeerde in het eerste kwar­taal onderliggend nog in recessie en de economische krimp zet waarschijnlijk in het tweede kwartaal nog door. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven