RaboResearch - Economisch Onderzoek

Grenzen vervagen

Column

Delen:

Mijn dochter van vier is aan het kleuterpuberen. Voor zover zoiets bestaat. Ze is in ieder geval in alles de grens aan het opzoeken, vooral bij papa en mama die toch wel van haar houden. En voor een deel moet dat ook: alleen door grenzen op te zoeken leer je waar deze liggen.

De afgelopen weken ging de discussie in economenland ook over een grens, namelijk de grens van overheidsschuld waarna de economische groei zou afnemen. Dit was gebaseerd op het werk van twee vooraanstaande Amerikaanse economen, Reinhart en Rogoff. Recent is een aantal fouten ontdekt in hun studie, waardoor de wetmatigheid van lage economische groei bij hoge overheidsschuld sterk in twijfel wordt getrokken. Grenzen vervagen.

Wat is er in economenland aan de hand? In navolging van het invloedrijke boek van Reinhart en Rogoff (R&R) uit 2009 (This time is different) hebben de auteurs verder onderzoek gedaan naar de effecten van de hoogte van overheidsschuld op de economische groei. De bevinding van R&R was dat de economische groei bij een grens van 90%-BBP overheidsschuld behoorlijk lager komt te liggen. En dat is vervelend, want bij lagere groei is schuld nog vervelender. Uit de schuld groeien (een grote stijging van de noemer, het BBP, laat de procentuele schuld wegsmelten) is dan veel minder gemakkelijk. Een argument dat deze bevinding ondersteunde, was dat een hoge overheidsschuld ervoor zorgt dat private investeringen duurder worden doordat de overheid al zo veel kapitaal van de markt aantrekt.

Dit onderzoek was een belangrijk argument in de huidige Europese bezuinigingsdrift: hoge schulden tasten immers het groeipotentieel aan, dus moeten overheidsschulden omlaag.

De laatste weken is echter gebleken dat de berekeningen niet helemaal correct te zijn. Of iets krachtiger neergezet: er zijn fouten gemaakt in de spreadsheet waarmee is gerekend en de onderzoekers hebben een aantal dubieuze aannames gedaan. Zo is een aantal landen (zoals Nieuw-Zeeland) onterecht weggelaten, en is het resultaat erg afhankelijk van de situatie in Japan. Daarnaast werd al langer getwijfeld aan de causaliteit van het gevonden verband.

Gevolg is dat er nu geen eensluidend wetenschappelijk empirisch bewijs meer is voor het effect van een hoge overheidsschuld op de economische groei. Het is immers goed denkbaar dat de causaliteit andersom loopt: een lagere economische groei leidt tot een hogere schuld. Dat is een beetje de situatie waarin we in Nederland nu zitten en waarin Japan al jaren zit. De economische groei valt keer op keer tegen, zodat de inkomsten te rooskleurig worden ingeschat en de uitgaven te weinig worden gedrukt. Hierdoor loopt de schuld steeds verder op.

Maar is zo’n onduidelijke grens nu een vrijbrief om de overheidsschuld tot in het oneindige te laten oplopen? Nee, natuurlijk niet. Op een gegeven moment is een overheidsschuld niet meer houdbaar en financierbaar. En dat wordt dan deels weerspiegeld in de rente die de overheid betaalt op staatsobligaties en de kredietbeoordeling die zij krijgt. Maar er zijn ook situaties waarbij je nog niet te paniekerig moet doen over een oplopend overheidstekort, omdat de overheid als enige sector in de economie ruimte heeft om de boel niet volledig in te laten storten en de rente voor bepaalde overheden, zoals de Nederlandse, Duitse of Amerikaanse, nog laag is. En daar waar Nederlandse huishoudens nu hun schulden flink moeten afbouwen bij een situatie van oplopende werkloosheid en dalende koopkracht en huizenprijzen, heeft de Nederlandse overheid een schuld die in internationaal perspectief relatief laag is bij een historisch lage rente. Dit biedt mogelijkheden voor verstandig beleid: maatregelen nemen gericht op het versterken van de structuur van de Nederlandse economie op lange termijn. En daarmee bedoel ik niet extra stimuleren op korte termijn, maar vooral inzetten op verstandige maatregelen die ook leiden tot lagere uitgaven en niet het kortetermijnbeleid van de laatste jaren waarmee het kabinet vooral door lastenverzwaring probeert de schuld niet te veel te laten oplopen.

Voor grenzen geldt dat je ze af en toe moet verkennen. Zeker als je niet eens zeker weet dat het een grens is en de andere opties de economische situatie niet verbeteren. En soms is het onduidelijk waar de grenzen liggen. Dus dan kun je niets anders doen dan deze gaan verkennen. Net als mijn dochter nu doet. Ze kan nog niet klok kijken, maar wil toch zo laat mogelijk naar bed. Een vage grens.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven