RaboResearch - Economisch Onderzoek

Eurozone: blijven wachten op herstel

Economisch commentaar

Delen:

De economische activiteit in de eurozone is in het eerste kwartaal van 2013 wederom gekrompen (-0,2% k-o-k). Sentimentsindicatoren wijzen op een eveneens zwak tweede kwartaal. Voor de rest van het jaar blijven de vooruitzichten mager.

Het eurozone-BBP is met 0,2% k-o-k gekrompen in het eerste kwartaal van 2013, na de 0,6% k-o-k krimp in het kwartaal ervoor (figuur 1). De krimp is daarmee marginaal lager dan verwacht, maar valt vooral tegen na de gisteren verschenen industriële-productiecijfers, die over het eerste kwartaal met 0,2% stegen na 2,1% krimp in het vierde kwartaal van 2012. Met het huidige BBP-groeicijfer is de eurozone al voor een zesde kwartaal op rij in recessie, de langste sinds de invoering van de euro.

Figuur 1. BBP-ontwikkeling in eurozone-lidstaten

Figuur 1. BBP-ontwikkeling in eurozone-lidstaten

Bron: Reuters EcoWin

Net als in de voorgaande kwartalen blijft het verschil in economische ontwikkeling tussen de noordelijke en de zuidelijke lidstaten groot. Waar de krimp in de Zuid-Europese landen doorzette, stagneerden de economieën in Noord-Europa ruwweg. Opvallend was de exportdaling in zowel Duitsland als Frankrijk, aangezien de export in het recente verleden een positieve bijdrage leverde aan de BBP-groei in beide landen. De bijdrage van de netto uitvoer aan het BBP was in Duitsland marginaal positief (gedreven door afname van de import) en in Frankrijk negatief. Voor Nederland droeg de netto handel nog wel positief bij, maar de binnenlandse bestedingen drukten in ons land op de groei (meer hierover in Macro Comment 13/13).

Het vooruitzicht voor het tweede kwartaal is vooralsnog zwak. Zowel de samengestelde inkoopmanagersindex (PMI, figuur 2) als de Economisch Sentiment Indicator (ESI) van de Europese Commissie (figuur 3) wijzen op een verdere verzwakking van de economische activiteit in de eurozone. De lezingen van de afgelopen twee maanden van beide indicatoren waren negatiever dan verwacht. Opvallend is dat het niveau van zowel de PMI als de ESI voor alle individuele landen (inclusief Duitsland) wijzen op een economische krimp. Hierbij blijven de verschillen binnen de eurozone onverminderd aanwezig.

Figuur 2. BBP-groei en PMI
Figuur 2. BBP-groei en PMIBron: Reuters EcoWin
Figuur 3. EC economisch sentiment indicator
Figuur 3. EC economisch sentiment indicatorBron: Reuters EcoWin

Vooruitkijkend verwachten wij een langzaam herstel van de groei in de tweede helft van het jaar, hoewel dit erg afhankelijk blijft van de ontwikkelingen rondom de Europese schuldencrisis (geleidelijke normalisatie), de kracht van de buitenlandse vraag en de euro. De binnenlandse vraag blijft zwak door schuldafbouw van zowel de private sector als de overheden. De verbetering van het sentiment op de financiële markten lijkt nog niet door te werken in verbeterde kredietcondities voor het bedrijfsleven. Ook blijft de vraag naar krediet vanuit de private sector afnemen (figuur 4). Dit alles biedt weinig hoop op een spoedig herstel van de private bestedingen. De verlaging van de beleidsrente met 25 basispunten naar 0,5% door de ECB is een welkome stap, voor zover dit doorwerkt in lagere rentes voor de private sector in vooral de perifere lidstaten. De renteverlaging van juli 2012 is ook nauwelijks doorgegeven (figuur 5). Ook de voortdurende noodzaak van overheden om het begrotingstekort te dichten blijft dit jaar op de economische groei drukken. De hint van de Europese Commissie om lidstaten meer tijd te gunnen om het begrotingstekort terug te brengen tot onder de 3%-grens is daarom positief te noemen, aangezien dit landen niet dwingt om extra ombuigingen door te voeren.

Voor wat betreft de buitenlandse vraag verwachten wij een verder economisch herstel in de VS, waarbij vooral de vooruitzichten voor de tweede helft van 2013 positief zijn. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de Democraten en de Republieken het uiteindelijk eens zullen worden over onder andere het schuldenplafond. De lagere inflatie in veel opkomende economieën en de daardoor ontstane mogelijkheid om een ruimer monetair beleid te voeren, levert een verder opwaarts potentieel. Recentelijk hebben al enkele centrale banken gereageerd op de zwakkere groeiverwachtingen door de beleidsrentes te verlagen.

Figuur 4. Vraag en aanbod naar krediet
Figuur 4. Vraag en aanbod naar kredietBron: ECB Bank Lending Survey
Figuur 5. Rentetarieven in grote Europese landen
Figuur 5. Rentetarieven in grote Europese landenBron: IMF
Delen:
Auteur(s)

naar boven