RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

De Italiaanse verkiezingen: Een verloren jaar?

Themabericht

Delen:

De Italiaanse verkiezingsuitslag leidt naar verwachting tot nieuwe onrust in de politiek en de financiële markten. Geen partij heeft een regeerkrachtige meerderheid behaald, de vorming van een coalitie lijkt op zijn minst een uiterst lastige klus en nieuwe verkiezingen later dit jaar zijn niet uitgesloten. Helaas zullen de langetermijnproblemen van Italië niet aangepakt worden totdat een hervormingsgeoriënteerde politieke partij of coalitie een absolute meerderheid in het parlement bezit.

Politieke stabiliteit lijkt verleden tijd

In zowel het Huis van Afgevaardigden ('Tweede Kamer') als de Senaat ('Eerste Kamer') lag het aantal stemmen voor de twee grootste partijen zeer dicht bij elkaar. De uitslag voor de Tweede Kamer liet een miniem verschil zien tussen de uiteindelijke winnaar, de centrum-linkse coalitie van Pier Luigi Bersani (IBC), en de centrum-rechtse coalitie van Silvio Berlusconi. Het IBC sleepte dankzij een verschil van 125.000 stemmen (0,35%) met Berlusconi de meerderheidsbonus van 55% (zie box 1) in de wacht, waardoor de coalitie nu 345 van de 630 zetels bezet. De partij van Berlusconi kwam uit op 125 zetels.

De uitslag voor de Eerste Kamer was voor het IBC echter een flinke domper op de feestvreugde. De zeer sterke comeback van Berlusconi en het grote aantal (protest)stemmen voor de 5-sterrenbeweging (M5S) van voormalig komiek Beppe Grillo verhinderden een werkbare meerderheid voor Bersani in deze Kamer van het parlement. Een coalitie tussen Mario Monti en Bersani zou ook geen meerderheid in de Senaat krijgen, door de teleurstellende prestaties van Monti's partij.

Het grote aantal stemmen voor Berlusconi en Grillo kan er op wijzen dat de Italianen niets voelen voor verdere bezuinigingen in een periode van sterk verslechterende economische vooruitzichten [1]. Het succes van de door Beppe Grillo geleide protestbeweging laat daarnaast zien dat de Italianen ook de huidige politieke orde moe zijn. Desondanks valt op dat ze wel blijven geloven in de voordelen van Europa en de euro, en dat ze meer Europese coördinatie zelfs als gunstig zien. Dit blijkt uit de resultaten van het laatste Eurobarometer-onderzoek van de Europese Commissie in oktober 2012.

Box 1: Het Italiaanse politieke systeem

Het Italiaanse parlement bestaat uit het Huis van Afgevaardigden ('Tweede Kamer') en de Senaat ('Eerste Kamer'). Elke kamer kan wetsvoorstellen indienen, die de andere kamer eerst moet goedkeuren voordat de president ze kan ondertekenen. Een stabiele regering moet daarom in beide Kamers over een werkbare meerderheid beschikken.

De 630 zetels van de Tweede Kamer worden verdeeld op basis van de nationale verkie-zingsuitslag. De 315 zetels van de Eerste Kamer worden verdeeld op basis van de regionale verkiezingsuitslagen. Voor beide Kamers geldt een kiesdrempel, die lager is voor partijen die vóór de verkiezingen al een coalitie zijn aangegaan. De partij of coalitie die in totaal de meeste stemmen voor de Tweede Kamer wint, krijgt automatisch minstens 55% van diens zetels. Voor de Senaat geldt echter dat iedere regio een aantal zetels te vergeven heeft. De coalitie die in een regio de meeste stemmen behaalt, krijgt minstens 55% van de zetels van die regio. De meerderheidscoalitie in de Tweede Kamer heeft daardoor niet automatisch ook een (absolute) meerderheid in de Senaat.

Gezien de zeer uiteenlopende politieke opvattingen lijkt een coalitie van Bersani met Berlusconi of Grillo hoogst onwaarschijnlijk. Een patstelling in het parlement is daardoor de verwachte uitkomst en nieuwe verkiezingen in de loop van het jaar lijken bijna onvermijdelijk [2]. De komende tijd zal daarom vermoedelijk gekenmerkt worden door politieke onzekerheid en instabiliteit.

Voetnoten

[1] ^ Zie Conjunctuurbeeld Italië, 2013/03 voor de economische kerngegevens van Italië.

[2] ^ Nieuwe verkiezingen kunnen pas worden uitgeschreven nadat in mei van dit jaar een opvolger voor president Napolitano is gekozen.

Het belang van de verkiezingen

Het resultaat van de verkiezingen is bepalend voor de sfeer op de financiële markten in de eurozone. Als investeerders twijfelen aan de bereidheid van de volgende regering om (i) de diepgewortelde problemen van de Italiaanse economie aan te pakken en (ii) de Europese regels voor bezuinigingen en hervorming na te leven, kan de rente op staatsobligaties tot pijnlijke hoogte stijgen. Dit wordt mogelijk versterkt doordat de Europese leiders minder geneigd zullen zijn om Italië in een dergelijke situatie te hulp te schieten. Vanwege de omvang van de Italiaanse economie kan dit een sterk negatief overloopeffect hebben in de rest van de eurozone, eventueel met een verergering van de schuldencrisis als gevolg.

Logischerwijs is een rentestijging geen welkome ontwikkeling. Dit maakt immers mogelijk de rentedaling ongedaan waar Monti en ECB-president Mario Draghi voor hebben gezorgd door het vertrouwen in de Italiaanse staatsobligaties gedeeltelijk te herstellen (zie figuur 1). De bezuinigings- en hervormingsmaatregelen die het zakenkabinet van Monti in 2012 doorvoerde maakten duidelijk dat Italië serieus bezig was de overheidsfinanciën te verbeteren en de groeiperspectieven van het land te versterken. Daarnaast werd Draghi's belofte 'to do whatever it takes' om de euro te redden door de markten als geloofwaardig beschouwd.

Figuur 1: Rente op staatsobligaties (10jr)

Figuur 1: Rente op staatsobligaties (10jr)

Bron: Reuters EcoWin

Negatieve marktrespons

Financiële markten hebben de risicopremie voor Italiaanse staatsobligaties al verhoogd (zie figuur 1). Helaas stegen ook de rentes voor enkele andere perifere landen licht mee.

De stijging van de rentetarieven tast de houdbaarheid van de Italiaanse schuldpositie aan. Om dit toe te lichten, bekijken we de factoren die de verhouding tussen staatsschuld en BBP beïnvloeden. Deze ver-houding wordt bepaald door het primaire begrotingstekort van de overheid (het begrotingstekort exclusief de nettorentelasten van de staatsschuld), de stock-flow adjustment [3] en het verschil tussen de nominale groei van het BBP en de effectieve rente op staatsobligaties [4] . Dit laatste element, ook wel de 'interest-growth-differential' of het sneeuwbaleffect genoemd, is van belang in schuldhoudbaarheidsanalyses. Hoe sterker het sneeuwbaleffect, hoe moeilijker het voor de overheid wordt om de staatsschuldquote tot een houdbaar niveau te laten dalen.

Figuur 2: Bijdragen aan de groei van de staatsschuld

Figuur 2: Bijdragen aan de groei van de staatsschuld

Bron: Reuters EcoWin

Figuur 2 laat zien dat de 'interest-growth-differential' continu positief heeft bijgedragen aan de Italiaanse staatsschuldquote. De ver-kiezingsuitslag zal waarschijnlijk een nog on-gunstiger schulddynamiek tot gevolg hebben. Ook blijkt uit de figuur dat Italië ruim tien jaar lang primaire begrotingsoverschotten wist te realiseren, afgezien van kleine tekorten in de crisisjaren 2009/2010. Deze verschotten hebben jarenlang een drukkend effect gehad op de staatsschuldquote, maar bleken onvoldoende om deze wezenlijk te doen dalen.

Voetnoten

[3] ^ Ook wel debt-deficit adjustments genoemd, d.w.z. factoren die niet het overheidstekort beïnvloeden maar wel de staatsschuld. Deze omvatten o.a. aangegane financiële verplichtingen (bijvoorbeeld steun aan de banksector), schommelingen in de waarde van schuld in buitenlandse valuta en overige statistische aanpassingen.

[4] ^ 

waarin d de schuldquote is, pd het primair tekort, r de rente op staatsobligaties, g het groeicijfer van het nominaal BBP, SF de stock-flow adjustment en t de periode. 

Uitdagingen voor de lange termijn

De verkiezingsuitslag leidt er waarschijnlijk toe dat de economische lange termijn uitdagingen van Italië voorlopig niet worden aangepakt.

Groeipotentieel

Het grootste probleem is de zwakke groei, waardoor het land moeilijk uit zijn schuldpositie kan groeien. Deze trage groei vindt zijn oorzaak in een afname van het concurrentievermogen gedurende het afgelopen decennium, als gevolg van een zeer lage productiviteitsgroei [5] gecombineerd met een relatief sterke stijging van de nominale lonen. Figuur 3 laat zien dat de handelsgewogen wisselkoers van Italië (gecorrigeerd voor arbeidskosten per eenheid product) sterk is gestegen sinds het land is toegetreden tot de eurozone. Italië staat dan ook slechts 42e op de Global Competitiveness Index en 73e op de Ease of Doing Businesslijst van de Wereldbank.

Figuur 3: Reële effectieve wisselkoers

Figuur 3: Reële effectieve wisselkoers

Bron: Reuters EcoWin

Helaas zijn veel van de door de Monti-regering voorgestelde hervormingen afgezwakt of geblokkeerd. Wel werd een pakket aangenomen ter liberalisering van professionele dienstverlening, vereenvoudiging van administratieve regels en het terugdringen van de bureaucratie. Verwacht wordt dat dit op middellange termijn helpt de concurrentiepositie te verbeteren. Volgens schattingen van de OESO zouden de goedgekeurde hervormingen, mits volledig geïmplementeerd, het BBP in tien jaar tijd met 4 procentpunten kunnen laten groeien.

Het zakenkabinet is er ook in geslaagd de toegang tot de arbeidsmarkt voor jongeren te vergemakkelijken door middel van het leerlingschap, arbeidscontracten te standaardiseren, de arbeidsmobiliteit te stimuleren, en belastingen aan te passen om werkgevers te ontmoedigen uitsluitend kortlopende arbeidscontracten aan te bieden. Daarnaast maakt Monti's pensioenhervorming het mogelijk om de toenemende vergrijzing beter het hoofd te bieden. Deze hervorming omvatte onder andere een uitbreiding van het contributiesysteem naar alle werknemers, verhoging van de pensioenleeftijd met koppeling aan veranderingen in levensverwachting en strengere voorwaarden voor het vervroegde pensioen. Dankzij dit pakket zal de vergrijzing niet langer automatisch de financiële positie van de staat aantasten.

Het potentieel voor verdere verbetering is echter groot. Voorbeelden om het concurrentievermogen te vergroten zijn (i) verlaging van toetredingsdrempels voor een hogere productiviteit in zowel de product- als dienstenmarkt; (ii) verbetering van het rechtsstelsel; en (iii) verdere hervorming van de arbeidsmarkt. Ten aanzien van het laatste punt is het van belang dat de arbeidsmarkt flexibeler wordt, de kloof tussen werknemers met tijdelijke en vaste contracten wordt gedicht, de arbeidsparticipatie van voornamelijk vrouwen wordt gestimuleerd en loonstijgingen worden gekoppeld aan productiviteitsstijgingen.

Het begrotingsbeleid

Verder zijn budgettaire hervormingen noodzakelijk. Bezuinigingen dienen meer gericht te worden op een verlaging van de overheidsuitgaven en een grotere doelmatigheid, en minder op belastingverhogingen. Dat vermindert de neerwaartse druk op de consumptieve bestedingen en zakelijke investeringen. Het belastingstelsel moet worden vereenvoudigd en de verstorende werking vermindert, terwijl er ook doortastender moet worden opgetreden tegen belastingontduiking. Daarnaast dient er meer aandacht uit te gaan naar de privatisering van staatsbedrijven. Dit levert enerzijds geld op waarmee de staatsschuld kan worden gereduceerd, anderzijds vergroot dit zowel het rendement als de productiviteit waardoor het groeipotentieel van het land toeneemt.

Volgens het IMF kan een volledig hervormingspakket, waarin budgettaire hervormingen, maar ook de productmarkt en de arbeidsmarkt worden meegenomen, een BBP-groei van ruim 21 procentpunten op de lange termijn teweeg brengen. Als de noodzakelijke hervormingen worden doorgevoerd en de overheid de begroting in evenwicht houdt, zou dat de schuldquote kunnen terugdringen van 125% tot ongeveer 100%. Hierbij moet worden benadrukt dat structurele hervormingen op korte termijn waarschijnlijk leiden tot een afname van de economische activiteit en pas op de lange termijn hun vruchten af zullen werpen. 

Voetnoten

[5] ^ De arbeidsproductiviteit nam in het eerste decennium van deze eeuw zelfs duidelijk af, iets wat niet werd waargenomen in andere eurolanden.

Conclusie

De verkiezingsuitslag leidt zeer waarschijnlijk tot een patstelling in het parlement, met een periode van politieke onzekerheid en instabili-teit tot gevolg. Er is een reële kans dat nog dit jaar nieuwe verkiezingen worden gehouden. Hoe dan ook zal de bereidheid tot bezuinigin-gen en hervormingen lager zijn dan wenselijk is. De financiële markten hebben de risicopre-mie op Italiaanse staatsobligaties al verhoogd, uit angst voor een verminderende houdbaar-heid van de overheidsfinanciën. Daarnaast lijkt het aannemelijk dat een effectieve aanpak van de langetermijnproblemen van Italië vertraging oploopt, wat het groeipotentieel van het land op lange termijn schaadt.

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2257 0569

naar boven