RaboResearch - Economisch Onderzoek

CPB: tekort loopt verder op

Economisch commentaar

Delen:

Volgens de juni-raming van het CPB komt het begrotingstekort dit jaar uit op 3,5% en in 2014 op 3,7% van het BBP. Dit bevestigt wat al langer duidelijk is: er moet ruim 6 miljard euro extra worden omgebogen om het begrotingstekort volgend jaar onder de 3%-tekortnorm te brengen. De ‘groene waas’ waar het kabinet van premier Rutte zo op hoopte lijkt er niet te komen.

Economisch beeld is wederom verslechterd

Het CPB voorziet in haar juni-raming voor dit jaar een krimp van het BBP-volume van 1% en voor volgend jaar een groei van 1% (CPB, 2013a). De economische groei valt hiermee lager uit dan in eerdere ramingen van het CPB (CPB, 2013b). De tegen­val­lende econo­mi­sche groei is de belang­rijkste reden waarom het Nederland dit jaar niet lukt om aan de aan­be­veling van de Raad van de Euro­pese Unie te voldoen om het bui­ten­sporige tekort, dat in 2009 is ont­staan, terug te dringen tot maximaal 3% van het BBP. Voor 2013 heeft Nederland weliswaar respijt gekregen, maar in 2014 moet het tekort daadwerkelijk worden teruggebracht. Volgens het CPB komt het begrotingstekort komend jaar uit op 3,7% van het BBP. Indien de Nederlandse regering wil voldoen aan de begrotingseis uit Brussel dan moet er komend jaar tenminste 6 miljard euro extra worden omgebogen. Met deze aanvullende maatregelen heeft het CPB in haar raming geen rekening gehouden. Anders dan het CPB houden wij in onze raming wel rekening met deze extra bezuinigingen. Wij voorzien dat de economie in 2014 stagneert. Ook het CPB zou, als ze rekening had gehouden met aanvullende bezuinigingen, voor 2014 zijn uitgekomen op een groei van ongeveer nul.

Juni raming CPB

Juni raming CPB

Bron: CPB

Door het niet meenemen van aanvullende bezuinigingen is het CPB positiever dan wij ten aanzien van de ontwikkeling van de binnenlandse consumptie. In onze raming houden wij rekening met een forse krimp in de particuliere bestedingen in 2014, terwijl het CPB uitgaat van stagnatie. De aanvullende bezuinigingen zetten de werkgelegenheid en het beschikbare inkomen in onze raming flink onder druk, waardoor de consumptie ook volgend jaar naar verwachting krimpt. Het CPB is eveneens positiever ten aanzien van de uitvoerontwikkeling. In onze raming is de uitvoergroei lager, doordat wij impliciet rekening houden met de tegenvallende bestedingen in de rest van de Eurozone als gevolg van de aanvullende bezuinigingen die daar in het kader van de buitensporig tekortprocedures zijn ingezet. Het CPB gaat er net als wij vanuit dat het dieptepunt op de arbeidsmarkt nog op zich laat wachten. In de CPB-raming loopt de werkloosheid op van 6¾% dit jaar naar 7% volgend jaar. Wij gaan, mede door de aanvullende bezuinigingen, uit van een nog iets sterkere stijging van de werkloosheid naar 7½% in 2014.

Aanvullende bezuinigingen onverstandig

In de afgelopen jaren zijn een groot aantal maatregelen aangekondigd om het begrotingstekort terug te dringen. De opbrengst valt echter keer op keer tegen, omdat de effecten van begrotingsconsolidatie op de economische groei steevast worden onderschat. Dit is met name het gevolg van een begrotingsmultiplier die aanzienlijk groter is dan in ‘normale tijden’ (Stegeman en Kamalodin, 2013). Het kabinet is naar onze mening teveel bezig met korte-termijn saldosturing. Deze fixatie met de 3%-tekortnorm doet meer kwaad dan goed. De budgettaire saneringen zorgen ervoor dat de Nederlandse economie gevangen raakt in een negatieve spiraal van bezuinigingen en groeivertragingen. Daar komt bij dat korte termijn budgettaire saneringen in de Nederlandse beleidscontext vaak neerslaan in de vorm van lastenverzwaringen. Door extra lastenverzwaringen komen de binnenlandse bestedingen verder onder druk te staan.

De bezuinigingsdrift van de Nederlandse regering drukt niet alleen de economische groei, maar heeft er ook voor gezorgd dat de werkloosheid in het afgelopen jaar sterk is opgelopen. Bedrijven hebben door de aanhoudende economische malaise aanzienlijk minder vet op de botten, zeker in sectoren die vooral op de binnenlandse markt zijn gericht. Dit begint zich nu te vertalen in een lagere werkgelegenheid en een snel oplopend aantal faillissementen. De economie krimpt weliswaar minder hard dan in 2009, maar de ‘gevoelstemperatuur’ voor de burger is nu waarschijnlijk lager. Door de aanhoudende laagconjunctuur verslechtert vooral het arbeidsmarktperspectief van jongeren. De werkloosheid loopt onder deze groep dan ook het sterkst op. Hierdoor dreigt net als in de jaren tachtig een ‘verloren generatie’ te ontstaan. Macro-economisch betekent dit een verlies van productiecapaciteit, waar we over tientallen jaren nog de gevolgen van zullen ondervinden. Daarom zou het goed zijn als het kabinet meer inzet op maatregelen die de werkgelegenheid op korte termijn bevorderen en de concurrentiekracht van de economie op langere termijn ondersteunen (zie ook Piljic en Stegeman, 2013).

Delen:
Auteur(s)

naar boven