RaboResearch - Economisch Onderzoek

Loonmatiging en robots

Column

Delen:

De discussie over wel of geen loonmatiging is gisteren ook door uitspraken van Minister Asscher nieuw leven in geblazen. Een belangrijke discussie, waarbij mijn standpunt al tijden is dat het nu geen tijd is voor loonmatiging, maar voor marktconforme beloning. Het probleem is nu namelijk niet de hoogte van de loonkosten, maar de daling van de binnenlandse bestedingen. Heel anders dan bijvoorbeeld begin jaren tachtig. De vraag is echter: wat is marktconform? Feit is dat de loonstijging de afgelopen jaren is achtergebleven bij de productiviteitsontwikkeling. Is dat dan loonmatiging, of heeft dat te maken met marktmacht? En dan kom ik uiteindelijk uit bij robots.

Stel nu dat robots nagenoeg al ons werk kunnen doen, van haren knippen tot een land besturen. Dat lijkt een zeer ver en wellicht ook angstaanjagend toekomstbeeld, maar kijkt u maar eens op internet: de techniek is verder dan u wellicht denkt. Gevolg daarvan is dat uw menselijk kapitaal steeds minder waard wordt. Wellicht is dit nu ook al in Nederland begonnen.

Het arbeidsinkomen als aandeel in het nationaal inkomen is, net als in veel andere Westerse landen, de afgelopen jaren stelselmatig gedaald. Daarbij blijven de loonstijgingen van werknemers al jaren achter bij de relevante productiviteitsmaatstaven. Dit kan worden geïnterpreteerd als bewuste loonmatiging, geïnitieerd door overheidsbeleid. Maar wat is dan het belang van werknemers geweest? Het kan ook worden gezien als een effect waarbij arbeid als productiefactor er minder goed in slaagt een deel van de productiviteitswinst op te eisen. Dus een verschuiving van marktmacht resulterend in een slechtere onderhandelingspositie van de vakbond. Als spiegelbeeld daarvan is de enige sector in de economie die zonder grote problemen door de crisis lijkt te komen, zeker als je kijkt naar het internationaal opererend grootbedrijf.

Maar wat kan zo’n verschuiving in macht veroorzaken? Is het een typisch Nederlands fenomeen, door een hopeloos verdeelde vakbeweging? Het lijkt er niet op. De afgelopen maanden is vooral door Amerikaanse economen zoals Paul Krugman volop gespeculeerd over de toekomst van technologie en wat zij kan doen met de prijs van arbeid. Een traditionele economische discussie kun je bijna zeggen, teruggaand naar bijvoorbeeld Marx en Ricardo. Tot een paar jaar geleden was de consensus over technologische vooruitgang en het effect op arbeid ongeveer dat hoger opgeleiden in de Westerse wereld zouden profiteren van technologische vooruitgang. Immers, veel van het eenvoudige werk kon worden geautomatiseerd of verplaatst naar landen waar arbeid goedkoper was. Recenter is dit beeld enigszins genuanceerd. Technologische vooruitgang is daarbij vooral ongunstig voor middelbaar opgeleiden. Voor lager opgeleiden blijven namelijk vooral de plaatsgebonden dienstverlenende functies over in bijvoorbeeld de persoonlijke verzorging. Voor middelbaar opgeleiden wordt het lastig omdat of hun taken worden samengevoegd tot complexere banen, of worden geautomatiseerd. Bij dit laatste gaat het vooral om kantoorwerk. Dit is het zogenaamde ‘twin peaks’-model.

Maar ook dit is wellicht oud nieuws. De nieuwere technologie, nog steeds een uitvloeisel van de ICT-revolutie,  lijkt voor het eerst echt mensen te vervangen zonder dat ze nog een functie hebben waarbij ze kunnen profiteren van de productiviteitswinst. Met andere woorden, een echt substituut voor menselijk kapitaal en niet complementair. Dus waar een boer van een paard overstapte op een tractor, komen er nu volledig automatische tractors. Robots.

Voor een deel is ook dit niets nieuws. Innovatie heeft altijd geleid tot productiviteitswinsten in de ene sector gepaard gaand met een daling van de werkgelegenheid. De agrarische sector is daar het beste voorbeeld van. En al die mensen vonden werk in andere sectoren. Dit kan nu natuurlijk ook gebeuren. Alleen weten we niet wat dat voor soort banen zijn.

Technologische vooruitgang leidt tot economische groei. Alleen kan de inkomensverdeling wel eens erg scheef worden. Vergrijzing is daarentegen een minder groot probleem. De schaarste aan arbeid kan gewoon worden opgevangen door een paar extra robots.

De opkomst van robots is natuurlijk een langetermijnverhaal. Maar ze staan wel symbool voor technologie die arbeid  minder waard maakt. Alleen de eigenaar van de technologie en de eigenaar van de robots hebben inkomen, en lonen blijven stelselmatig dalen. En dan kan een minister roepen wat hij wil, de uitkomst is dan lagere koopkracht. En over een kapperrobot maak ik me niet echt zorgen; aan mijn kapsel valt niet zoveel te verpesten.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven