RaboResearch - Economisch Onderzoek

Technorealisme

Column

Delen:

Ik heb twee kinderen. Een dochter van vier en een zoontje van nog geen een. Mijn dochter weet niet beter of een tablet is iets waarop je filmpjes kunt kijken, tekenen en spelletjes spelen. En hetzelfde geldt voor een telefoon. O ja, daar kun je ook nog mee bellen. Een laptop is in haar ogen al weer iets ouderwets; als je het scherm aanraakt, gebeurt er niets. Mijn zoontje heeft inmiddels zijn eerste iPhone-rammelaar: een rammelaar als hoesje voor de telefoon, waarop hij eindeloos met baby-apps kan spelen.

Kinderen groeien op met nieuwe technologie. Die is er gewoon, en ze ontdekken spelen­der­wijs hoe het werkt. Maar voor een maatschappij kost zoiets vaak meer tijd. Dat terwijl technologische vooruitgang de komende jaren belangrijker is dan ooit voor de stijging van de welvaart. Hoe zal dat gaan de komende jaren? Wat dat betreft ben ik een technorealist.

Het gemiddelde welvaartsniveau in Nederland is momenteel lager dan in 2008. Het is nog steeds zeer hoog in vergelijking met andere landen, maar een periode van vijf jaar zonder economische groei is de afgelopen zeventig jaar niet voorgekomen. De belang­rijkste factor voor de stagnatie is natuurlijk de schuldencrisis. En het kan nog wel even duren voordat de schuldenberg is afgebouwd. Andere factoren, zoals demografie, de verduurzaming van de economie, het plafond aan het scholingsniveau en de grenzen aan globalisering, zullen de groei in de komende jaren evenmin versnellen.

Dan blijft over: technologische vooruitgang. Ofwel innovaties. Ontegenzeglijk verandert de economische omgeving door de huidige doorbraaktechnologie, ICT. Daarbij heeft het even geduurd voordat ICT leidde tot productiviteitswinst en economische groei. Dat is vrij normaal. We weten namelijk uit het verleden dat het een behoorlijke tijd kost voor­dat we een nieuwe technologie ‘snappen’. Dat was ook zo bij de stoommachine en de auto. Cultuur, infrastructuur en instituties moeten daarbij eerst aan de nieuwe techno­logie worden aangepast voordat deze tot economische groei leidt. En dat duurt een tijd, vaak enkele tientallen jaren. Zo dachten we rond de eeuwwisseling dat we de producti­viteitswinsten van internet te pakken hadden. Dat bleek slechts ten dele het geval. Wel was er een effect op globalisering en handelsstromen, wat leidde tot een welvaarts­stijging. Maar doordat bedrijfsmodellen en –culturen in veel gevallen nog niet waren aangepast aan de nieuwe technologie was het optimisme lang niet altijd gegrond. Met als gevolg het knappen van de internetzeepbel.

Maar er is veel hoop. De technologie heeft zich in de afgelopen jaren snel ontwikkeld, maar ook de cultuur en infrastructuur hebben zich hier op aangepast. Daardoor zijn productiviteitswinsten nu gemakkelijker te realiseren. De nieuwere technologie, nog steeds een uitvloeisel van de ICT-revolutie, lijkt voor het eerst echt mensen te vervan­gen zonder dat ze nog een functie hebben waarbij ze kunnen profiteren van de produc­tivi­teitswinst. Met andere woorden, een echt substituut voor menselijk kapitaal en niet complementair. Dus waar een boer van een paard overstapte op een tractor, komen er nu volledig automatische tractors. Robots.

Voor een deel is ook dit niets nieuws. Innovatie heeft altijd geleid tot productiviteits­winsten die gepaard gingen met een daling van de werkgelegenheid. De agrarische sector is daar het beste voorbeeld van. En al die mensen vonden werk in andere sectoren. Dit kan nu natuurlijk ook gebeuren. Alleen weten we niet wat dat voor soort banen zijn.

Technologische vooruitgang leidt tot economische groei. Alleen kan de inkomens­verdeling wel eens nog schever worden. Immers, als er echt minder banen zijn, zullen lonen dalen en hebben alleen de eigenaar en de uitvinder van de nieuwe technologie nog inkomen. De opkomst van robots is natuurlijk een langetermijnverhaal. Maar ze staan wel symbool voor technologie die arbeid minder waard maakt. Vergrijzing is daarentegen een minder groot probleem. De schaarste aan arbeid kan gewoon worden opgevangen door een paar extra robots.

Mijn kinderen kunnen zich snel aanpassen aan nieuwe technologie. Daarover maak ik me geen zorgen. De vraag is alleen of ze straks nog wel werk hebben. En als ze werk heb­ben, dan is dat vast een baan die nu nog niet bestaat. Ik geef mijn zoontje op zijn eerste verjaardag maar vast een robot cadeau.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven