RaboResearch - Economisch Onderzoek

Achter de feiten aanlopen

Economisch commentaar

Delen:

De Nederlandse overheid bezuinigt in een voor Nederlandse begrippen ongekend tempo. Tussen 2010 en 2017 wordt zo’n 7,5% van het BBP ex ante omgebogen. Toch is dit niet genoeg om het begrotingstekort dit en volgend jaar onder de Europese 3%-tekortnorm terug te brengen. Hoewel Nederland voor 2013 waarschijnlijk respijt krijgt, zijn in 2014 aanvullende bezuinigingen noodzakelijk om de 3%-tekortnorm alsnog te halen. De begrotingspaniek zal de komende maanden dan ook weer in volle hevigheid losbarsten.  

Uit de nieuwste prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat het begrotingstekort in 2013 uitkomt op 3,3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en in 2014 op 3,4% van het BBP. Dit is voor beide jaren een stijging van 0,7%-punt ten opzichte van de doorrekening van het financieel kader van het regeerakkoord door het CPB in november 2012. Hoewel de opbrengst van de telecom- frequentieveilingen en de onverwachte crisisgerelateerde winstafdracht van De Nederlandsche Bank meevallers vormen, worden deze geheel teniet gedaan door de nationalisatie van SNS. Per saldo zijn de tegenvallende economische groeicijfers debet aan de verslechtering van de overheidsbegroting. Daarbij is uit de cijfers niet op te maken in hoeverre de saldoverslechtering veroorzaakt wordt door tegenvallers aan de uitgaven- of inkomstenkant. Het ligt voor de hand dat een deel van de tegenvallers voortkomen aan de sterkere dan eerder verwacht werkloosheidstoename. Dit leidt zowel tot meer werkloosheidsuitkeringen als minder belastinginkomsten. Uit de nieuwste ramingen van het CPB blijkt dat de Nederlandse economie dit jaar met 0,5% krimpt en volgend jaar met 1% groeit (figuur 1). Hiermee is het CPB optimistischer dan Rabobank. Wij verwachten voor dit jaar een krimp van het Nederlandse BBP-volume met ¾% en voor komend jaar rekenen we op een groei van het reële BBP met ¾%. Hierbij zijn de effecten van eventuele extra bezuinigingen niet meegenomen. Wij zijn vooral pessimistischer over de binnenlandse bestedingen.

Neder­land voldoet niet aan de aanbeveling van de Raad van de Europese Unie om het buitensporige tekort, dat in 2009 is ontstaan, terug te dringen tot maximaal 3% van het BBP in 2013. Nederland heeft zich op straffe van sancties aan deze aanbeveling te houden. Hoewel het voor de geloofwaardigheid van het kabinet van belang is om de gemaakte afspraak na te komen, bieden de Europese regels een zekere mate van flexibiliteit (zie ook Macro Comment 12/55). De economische verwachtingen voor Nederland zijn sinds 2009 flink neerwaarts bijgesteld, met alle negatieve gevolgen voor de overheidsbegroting van dien. Bovendien heeft Nederland, gezien de forse ombuigingen die voor dit jaar op de agenda staan, gevolg gegeven aan de aanbevelingen om het begrotingstekort terug te dringen. Hierdoor lijkt een jaar uitstel voor het terugdringen van het tekort tot onder de 3% van het BBP mogelijk, ook gezien de recente uitlatingen van Eurocommissaris Olli Rehn.

Naar aanleiding van de presentatie van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2013 van het CPB beslist de Minister van Financiën over eventuele aanvullende bezuinigingen. De VVD en de PvdA hebben inmiddels aangegeven niets te zien in extra ingrepen in de begroting voor dit jaar. Dit betekent dat begrotingsdiscussie zich zal verplaatsen naar de begroting voor 2014. Want volgens de Europese richtlijnen kan 2013 wel als uitzondering worden gezien, in 2014 moet het tekort toch echt worden teruggebracht tot onder de 3% BBP. Om het tekort in 2014 terug te dringen moet er € 4 miljard extra worden bezuinigd. Dit bedrag komt bovenop de € 37 miljard die al gepland stonden voor de komende vier jaar (figuur 2). In april dient Nederland zijn Stability and Convergence Program en zijn National Reform Program aan de Europese Commissie sturen. Hieruit moet blijken dat Nederland voldoende doet om het begrotingstekort terug te dringen. De omvang van de bezuinigingsplannen moet in april dus bekend zijn, maar de precieze invulling nog niet.

Gegeven Europese regels zijn aanvullende bezuinigingen in 2014 nagenoeg onontkoombaar. Het gevaar bestaat echter dat de extra bezuinigingen geen vruchten afwerpen. Bezuinigen leidt doorgaans tot een lagere economische groei. Hierdoor gaat een groot deel van de budgettaire winst van deze bezuinigingen verloren. Hoewel bezuinigen voor Nederland noodzakelijk is, is een poging om snel de begroting in evenwicht te brengen onwenselijk. Door de bijzondere omstandigheden – liquiditeitsbeperkingen van huishoudens, geen accommoderend monetair beleid en gelijktijdige bezuinigingen in Europa – lijkt het erop dat de economische effecten van de bezuinigingen die Nederland de komende jaren te wachten staan, grofweg twee keer zo groot zullen zijn in vergelijking met ‘normale’ tijden (Stegeman en Kamalodin, 2013).

In blinde paniek bezuinigen zorgt in de Nederlandse beleidscontext vaak voor onnodig veel lastenverzwaringen op korte termijn. Ook nu circuleren weer bezuinigingsplannen die vooral gestoeld zijn op lastenverzwaringen en het bevriezen van salarissen in (semi-)publieke sector. Door extra lastenverzwaringen komen de binnenlandse bestedingen verder onder druk te staan. Dit effect wordt nog eens versterkt door het feit dat (extra) overheidsbezuinigingen het balansherstel in de private sector (schuldafbouw en vermogensherstel) verstoren. Lastenverzwaringen leiden echter niet tot een structurele verbetering van de werking van de Nederlandse economie en daarmee tot een structurele oplossing van de begrotingsproblematiek. Het is slechts een pleister op de wonde. In het huidige economische klimaat kunnen de budgettaire saneringen op korte termijn resulteren in een negatieve spiraal van bezuinigingen en groeivertragingen. Dit tast ons groeivermogen aan. Net als de hoogte van de overheidsschuld en het  -tekort bepaalt ook het groeivermogen de geloofwaardigheid van een land als debiteur. De teleurstellende Nederlandse groeicijfers hebben al de aandacht van de kredietbeoordelaars getrokken (Fitch, 2013; S&P, 2013).

Nederlandse politici vrezen dat een verslappende begrotingsdiscipline ten koste zal gaan van de Nederlandse kredietwaardigheid en daarmee een neerwaartse spiraal van toenemende rentelasten en oplopende overheidsschuld op gang zal brengen. Maar niets is minder waar. Een beter bewijs voor de solide reputatie dan de historisch lage rente op Nederlandse staatsobligaties is niet te geven. Hoewel de overheidsschuld als gevolg van de huidige crisis met meer dan 25%-punt is gestegen, ligt deze nog ruim onder het gemiddelde schuldniveau in het eurogebied. Ook heeft Nederland decennialang een groot overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans, wat betekent dat de netto besparingen in de private sector de netto schuld in de publieke sector ruimschoots compenseren. En dit overschot is de afgelopen jaren alleen maar verder opgelopen.

Vanuit economisch of financiële marktenperspectief is fors bezuinigen op korte termijn niet noodzakelijk. De Europese obsessie met begrotingstekorten brengt de economie op korte termijn flinke schade toe en is weinig effectief. Ondanks forse bezuinigingen lukt het maar niet om het begrotingstekort te verlagen en blijven we elk jaar weer achter de feiten aanlopen. Voor landen met een solide reputatie op de financiële markten, zoals Nederland, kan de begrotingsconsolidatie geleidelijker verlopen. Het gaat niet om het begrotingstekort van dit of volgend jaar, maar om de financierbaarheid, de betaalbaarheid en de houdbaarheid van de overheidsschuld. En waar de eerste twee aspecten voor veel Zuid-Europese landen juist een reden zijn voor snelle begrotingsconsolidatie, is dat voor Nederland geen probleem. Voor Nederland speelt vooral schuldhoudbaarheid een belangrijke rol bij de beoordeling van de kredietwaardigheid van een overheid. Met het oog op de houdbaarheid van de overheidsschuld zijn juist structurele hervormingen onvermijdelijk om de (toekomstige) stijging van de overheidsuitgaven structureel af te remmen. Dit maakt forse ombuigingen op korte termijn overbodig. De reductie van de overheidsschuld is een zaak van lange adem en wordt niet wordt bereikt door snelle budgettaire saneringen. En dat laatste wordt vaak in het huidige (politieke) debat vergeten.

Figuur 1: Ramingen Centraal Economisch Plan
Figuur 1: Ramingen Centraal Economisch PlanBron: CPB
Figuur 2: Forse begrotingsconsolidatie
Figuur 2: Forse begrotingsconsolidatie   Bron: Ministerie van Financiën, Rabobank
Delen:
Auteur(s)

naar boven