RaboResearch - Economisch Onderzoek

Uit de trein tussen Haarlem en Utrecht

Column

Delen:

Ik woon in Haarlem maar werk daar niet. Dat is heel normaal. Het geldt voor meer dan de helft van de werkenden die wonen in Haarlem en omstreken. En dat is maar goed ook. Haarlem is wat je noemt een woonregio. Voor iedere honderd inwoners van de regio die willen werken zijn er maar tachtig banen. Hoewel het best prettig zou zijn om op de fiets of lopend naar mijn werk te gaan, gebruik ik mijn tijd in de trein nuttig, voor het schrijven van deze column bijvoorbeeld. Bovendien werk ik regelmatig thuis. Mijn woon-werksituatie bevalt dus. Daarom zijn de economische vooruitzichten voor Haarlem voor mijzelf niet zo van belang. Voor de lokale Rabobank zal dit heel anders zijn. De vooruitzichten voor de bedrijvigheid in de regio zelf zijn bijvoorbeeld van belang voor de mogelijke vraag naar krediet.

Toen een collega mij vroeg naar de belangrijkste boodschap van onze Regionale Prognoses 2014, kon ik die niet gemakkelijk geven. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een mooie elevator pitch bij deze regionale prognoses niet mogelijk is. Daarvoor worden regionale verschillen in economische prestaties door te veel factoren verklaard. Ik hoop dan ook van harte dat u bereid bent om onze Special over de regionale economische vooruitzichten te lezen. Deze studie geeft u niet alleen een goed beeld van onze economische verwachtingen voor de Nederlandse regio’s, maar legt ook uit waarom hoge productiegroei in een regio niet per definitie een stijging van het aantal arbeidsplaatsen inhoudt en waarom een stijging van het aantal arbeidsplaatsen niet altijd een daling van de werkloosheid betekent. Die achtergrondkennis heeft u nodig om een goed oordeel te kunnen vellen over het wel en wee van de verschillende regio’s in 2014.

Waar moet u op letten? Een eerste stap is bepalen of de sectoren in uw regio kunnen profiteren van de aantrekkende buitenlandse vraag of juist de nadelen ondervinden van de dalende binnenlandse bestedingen. Een groot aandeel van groeisectoren heeft immers een positieve uitstraling op uw economie en helaas geldt het omgekeerde uiteraard ook. Om het echter meteen maar wat ingewikkelder te maken, gaat productiegroei niet altijd gepaard met een toename van de werkgelegenheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor de industrie, waar we groei van de productie verwachten maar door de verdergaande automatisering ook krimp van de werkgelegenheid. Regio’s met veel industrie zullen de productie dus zien toenemen maar dit niet terug zien in een toename van het aantal banen. Een tweede complicerende factor is dat de groei of krimp van de werkgelegenheid bij het regionale bedrijfsleven niet geheel neerslaat bij de bevolking uit dezelfde regio. Regio’s verschillen sterk in de mate waarin de lokale bevolking de banen invult. Tot slot zijn er verschillen in de groei van het aantal mensen dat een baan zoekt. In een aantal (vergrijzende) gebieden daalt de beroepsbevolking, waardoor de krimp van de werkgelegenheid gepaard kan gaan met een beperkte stijging van de werkloosheid. Andersom zien we ook regio’s met een nagenoeg gelijkblijvende werkgelegenheid en een fors stijgende werkloosheid als gevolg van een groeiende beroepsbevolking.

Nederland kent, kortom, een grote variatie aan regio’s en economische ontwikkelingen. Daarom wilde ik u toch lastig vallen met al deze duiding die bij onze regionale prognoses past. Ik kan mij echter voorstellen dat dit even moet bezinken. Wellicht heeft u daar, net als ik, tijd voor in de trein. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven