RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: Het groeigevoel

Conjunctuurbeeld

Delen:

In november 2013 streden Viswanathan Anand en Magnus Carlsen om het wereldkampioenschap schaken. Carlsen was gezien zijn rating en performance van afgelopen jaar dé favoriet en maakte dit geheel waar. De kersverse wereldkampioen wordt ook wel de Mozart van het schaken genoemd: hij ‘voelt’ soms gewoon aan wat de juiste zet is, zelfs in de meest complexe stellingen. Tegelijkertijd is dit gevoel gefundeerd door duizenden bestudeerde en gespeelde partijen. Ook Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, sprak begin oktober op basis van zijn gevoel. Hij voelde dat de Nederlandse economie uit recessie was, hoewel harde cijfers nog ontbraken. Hij bleek de juiste zet te hebben gespeeld. De economie groeide in het derde kwartaal weer, zij het met een bescheiden 0,1%. Daarnaast zijn de schattingen voor de BBP-groei in het eerste en tweede kwartaal met 0,1%-punt opwaarts bijgesteld.

Vanuit de bestedingsbenadering was 0,6%-punt van de BBP-groei te danken aan het statistisch verschil (figuur 1). Dit maakt de groeicijfers lastig te interpreteren. Een duidelijke aanjager van economische groei ontbreekt in ieder geval nog. Het particuliere consumptievolume nam in het derde kwartaal 0,5% af op kwartaalbasis. Daarnaast stagneerde de export en nam de import licht toe. Dit resulteerde in een negatieve bijdrage van de netto handel aan de BBP-groei. Wel namen de private investeringen toe, waar de woninginvesteringen voor het eerst sinds negen kwartalen een positieve bijdrage aan leverden.

Sentiment duidt op de juiste zet

Zoals we in het vorige conjunctuurbeeld stelden was de uitspraak van Klaas Knot waarschijnlijk gebaseerd op sentimentsindicatoren. Deze zijn ook in de afgelopen maand toegenomen. Het producentenvertrouwen in de maakindustrie steeg verder in november, het merendeel van de respondenten gaf weer aan dat het aantal orders stijgt. De hoge inkoopmanagersindex van de maakindustrie (PMI) wijst op een hoge productietoename in de sector (figuur 2). In november nam deze PMI met 2,4 punten toe tot 56,8; het hoogste niveau sinds april 2011. Doordat het sentiment bij onze belangrijkste handelspartners eveneens is toegenomen, zal de Nederlandse economie in het vierde kwartaal waarschijnlijk profiteren van een aantrekkende uitvoer. De vooruitzichten voor het vierde kwartaal zijn dan ook positief. Als de productie in de maakindustrie daadwerkelijk aantrekt, zullen wij onze raming voor de economische groei in 2014 waarschijnlijk omhoog bijstellen naar ¼%-½%.

Figuur 1: BBP en bestedingscomponenten
Figuur 1: BBP en bestedingscomponentenBron: CBS
Figuur 2: PMI en productie maakindustrie
Figuur 2: PMI en productie maakindustrieBron: CBS, Markit

Zwart belemmert wit nog sterk

Er is echter wel sprake van een herstel met twee gezichten. Terwijl de uitvoer naar verwachting gaat aantrekken, zet de krimp van de binnenlandse bestedingen door. Het consumentenvertrouwen maakte in november wel de sterkste stijging ooit door (naar -18), na een zeer sterke toename in oktober. De sentimentsindicator bevindt zich echter nog wel fors beneden het niveau van voor de crisis. De scherpe daling van de inflatie in oktober (figuur 3) matigt wel de snelheid waarmee de reële lonen dalen. Maar van een stijging van het reëel beschikbaar huishoudinkomen zal voorlopig nog geen sprake zijn. De werkloosheid bleef in oktober voor de vierde maand op rij steken op 7% (internationale definitie, figuur 4). We verwachten echter dat de werkloosheid volgend jaar nog iets verder oploopt, omdat de economische groei nog niet sterk genoeg zal zijn om een verder verlies van banen te voorkomen. De binnenlandse bestedingen krimpen nog en de productie per werknemer bevindt zich in veel sectoren nog op een aanzienlijk lager niveau dan voor 2008. 

Figuur 3: Inflatie sterk gedaald
Figuur 3: Inflatie sterk gedaaldBron: CBS
Figuur 4: Werkloosheid kent tijdelijke stabilisatie
Figuur 4: Werkloosheid kent tijdelijke stabilisatieBron: CBS 

Afwaardering vormt geen gevaar in het eindspel

Op 29 november waardeerde kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) haar oordeel over de kredietwaardigheid van de Nederlandse overheid af van AAA naar AA+ (voor meer hierover zie dit blog). Dit was gebaseerd op mindere vooruitzichten voor de economische groei dan verwacht. Deze matige economische groei is ook in lijn met onze visie op de Nederlandse economie. De effecten van de afwaardering zijn tot nu toe echter beperkt. Het renteverschil met Duitse staatobligaties is sinds de afwaardering niet toegenomen. De Nederlandse staatsrente convergeerde de afgelopen maanden al naar het niveau van Oostenrijk, dat ook een AA+ rating heeft bij S&P (figuur 5). De outlook van S&P voor Nederland op AA+ blijft stabiel. Moody’s en Fitch waarderen ons land nog steeds met AAA, echter met een negatieve outlook.

Welke zet zal uiteindelijk de juiste zijn? Wij denken dat de economie ook in het vierde kwartaal van 2013 redelijk sterk zal groeien.

Figuur 5: Staatsrentes vergeleken
Figuur 5: Staatsrentes vergelekenBron: Reuters EcoWin
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: Rabobank
Delen:
Auteur(s)
Pieter van Dalen
Rabobank KEO
030 21 2666

naar boven