RaboResearch - Economisch Onderzoek

De Rabobank conjunctuurindicator

Themabericht

Delen:

In de afgelopen maanden is de Rabobank conjunctuurindicator herzien. Dit Economic Report geeft uitleg over de constructie ervan en bekijkt wat de indicator over de huidige stand van de Nederlandse economie vertelt.

Dit Economic Report is geschreven door Paul van Erp tijdens zijn stage bij het team Nationaal Onderzoek.

Het belang van een conjunctuurindicator

De Rabobank conjunctuurindicator [1] geeft elke maand een inschatting van de ontwikkeling van de Nederlandse economie. Deze inschatting wordt gebruikt om de omslagpunten in de Nederlandse conjunctuurcyclus te observeren. Het doel van de conjunctuurindicator is tweeledig. Ten eerste gebruiken we deze om een oordeel te vellen over de stand van de economie. Ten tweede zetten we de schattingen in om de met een frequentie van drie maanden gemaakte kortetermijnvoorspelling voor de Nederlandse economie bij te sturen, die met behulp van het macro-econometrische model NiGEM worden gemaakt. In tegenstelling tot NiGEM maakt de Rabobank conjunctuurindicator gebruik van sentimentindicatoren. Aangezien deze indicatoren waardevolle voorlopende informatie over de Nederlandse economie kunnen bevatten, is de conjunctuurindicator een goede informatiebron om de economische verwachtingen bij te sturen.

Voetnoot

[1] Deze uitleg van de conjunctuurindicator is gebaseerd op de academische scriptie die aan de constructie van de indicator ten grondslag ligt. Deze scriptie is op te vragen via economie@rn.rabobank.nl.

Deviatiecyclus van het BBP-volume als uitgangpunt

Als referentie voor de Nederlandse economische situatie nemen we het reële Bruto Binnenlands Product (BBP). We hebben geprobeerd om voor een aantal bestedingscomponenten (private consumptie, private investeringen en export) losse conjunctuurindicatoren te maken, maar dit heeft niet geleid tot betrouwbare indicatoren. Daarom is ervoor gekozen om alleen te kijken naar het BBP als geheel.

De cyclische beweging van de economie kan worden uitgedrukt in de klassieke en de deviatiecyclus. De klassieke cyclus is uitgedrukt in het niveau van de economische activiteit, waarbij de schommelingen bestaan uit perioden van groei en krimp. Omdat de economische activiteit in Nederland tot aan de financiële crisis in 2008 decennialang een vrijwel continue groei heeft doorgemaakt, zijn we geïnteresseerd in de fluctuaties ten opzichte van de langetermijntrend. De deviatiecyclus beschrijft deze fluctuaties, waarbij schommelingen bestaan uit afwijkingen van de langetermijntrend. Zoals eerder aangegeven, zijn we vooral geïnteresseerd in de omslagpunten in de conjunctuurcyclus. In Figuur 1 zijn de klassieke cyclus, de langetermijntrend (periode > 10 jaar) en de deviatiecyclus van de referentiereeks (BBP) weergegeven. Om alleen de meest belangrijke omslagmomenten te bepalen, halen we vervolgens de fluctuaties met een periode korter dan 1,5 jaar uit de deviatiecyclus. Om de langetermijntrend en de fluctuaties met een korte periode te verwijderen, gebruiken we het Hodrick-Prescott (HP) filter. In de meest recente conjunctuurindicatoren van het Centraal Planbureau (CPB) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is dit filter ook gebruikt.

Figuur 1: Langetermijntrend en deviatiecyclus van het BBP-volume
Figuur 1: Langetermijntrend en deviatiecyclus van het BBP-volume
Bron: CBS, Rabobank

In de deviatiecyclus onderscheiden we twee regimes, met een groei sterker en zwakker dan de langetermijntrend. Wij zijn geïnteresseerd in de omslagpunten tussen deze twee regimes. Ondanks de eerder benoemde aanpassingen van de data blijven er soms nog kleine veranderingen over, die niet een interessant omslagpunt definiëren. Om deze te elimineren, definiëren we een omslagpunt als in de volgende zes opeenvolgende maanden de groei verschilt van het huidige regime. Deze voorzichtige dateerregel zorgt er wel voor dat we pas na zes maanden (met terugwerkende kracht) een omslagpunt kunnen bepalen. Aangezien de voorspeller zes maanden voorloopt, kan de conjunctuurindicator dus in de huidige maand een omslagpunt bevestigen. Daarvoor kunnen we wel al spreken over een mogelijke indicatie van een omslagpunt. In Figuur 2 is de afgevlakte deviatiecyclus van de referentiereeks weergegeven waarin de twee regimes zijn onderscheiden. De grijs gearceerde delen geven een periode met zwakkere groei dan de langetermijntrend aan.

Figuur 2: Regimes in de BBP deviatiecyclus
Figuur 2: Regimes in de BBP deviatiecyclus
Bron: CBS, Rabobank

Constructie van de conjunctuurindicator

De door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde reeks van het BBP-volume is de referentiereeks. Dit is de reeks waar de Rabobank conjunctuurindicator de ontwikkeling van wil voorspellen. Het CBS publiceert het BBP-volume als kwartaalreeks, met een vertraging van ongeveer anderhalve maand. Daarom is het op basis van deze cijfers niet mogelijk om de huidige staat van de Nederlandse economie te observeren. Met de conjunctuurindicator willen we dit gat vullen. De Rabobank conjunctuurindicator bestaat uit een wijzer en een voorspeller. De wijzer schat de referentiereeks (BBP) tot aan de huidige maand, terwijl de voorspeller een schatting maakt tot en met zes maanden vooruit. Elke maand werken we zowel de wijzer als de voorspeller bij op basis van nieuwe data. Deze opzet is kort weergegeven in Figuur 3.

Figuur 3: Het bereik van de referentiereeks en de conjunctuurindicator
Figuur 3: Het bereik van de referentiereeks en de conjunctuurindicator 

De wijzer en voorspeller zijn samengesteld uit een aantal variabelen (componentreeksen). Deze moeten allemaal op maandbasis beschikbaar zijn. Daarnaast willen we de relatie tussen de referentie- en componentreeksen tijdens omslagpunten in het verleden bepalen. Daarvoor moeten de referentiereeks en de onderdelen van de indicator dezelfde frequentie hebben. Omdat de referentiereeks op kwartaalbasis wordt gerapporteerd, is een geïnterpoleerde maandreeks geconstrueerd op basis van een gerelateerde reeks. Als gerelateerde maandreeks is de industriële productie met een vertraging van twee maanden geselecteerd. Verder moeten de potentiële componentreeksen voor een lange tijd (het liefst meer dan twintig jaar) beschikbaar zijn.

De maandelijkse componentreeksen selecteren we op basis van een aantal criteria. Ten eerste moet er een economisch verband zijn tussen de reeksen en het BBP. De componentreeksen kunnen op basis van economische interpretatie gerelateerd zijn aan één of meer bestedingscomponenten van het BBP, bijvoorbeeld consumptie, investeringen of export. Aangezien de omslagpunten in het BBP ook gerelateerd zijn aan de verschillende bestedingscomponenten, is het wenselijk om een diverse groep reeksen op te nemen in de conjunctuurindicator die (theoretisch) een relatie hebben met de verschillende onderdelen van het BBP. Buiten deze verschillen kunnen we ook nog onderscheid maken tussen sentimentvariabelen en niet-sentimentvariabelen. Aangezien we de conjunctuurindicator gebruiken om de kortetermijnvoorspellingen van NiGEM bij te sturen, is het wenselijk om sentimentvariabelen op te nemen in de indicatoren. Sentimentindicatoren zijn bovendien sneller beschikbaar dan gegevens over verkoop en productie. Daarnaast is een aantal potentiële componentreeksen alleen beschikbaar voor de Rabobank (private informatie). Indien we deze kunnen opnemen, heeft de Rabobank conjunctuurindicator op basis van de componentreeksen een toegevoegde waarde ten opzichte van de andere (bestaande) conjunctuurindicatoren.

Om de componentreeksen op te nemen in de wijzer of voorspeller, moeten de omslagpunten van deze reeksen voorlopen op het BBP. Deze voorlooptijden bepalen we aan de hand van de regime-overeenkomsten rond de omslagpunten van de referentiereeks (hierbij nemen we van de componentreeksen die een tegengestelde beweging vertonen aan het BBP de negatieve waardes genomen). Dit is tegelijk een maatstaf om te zien in hoeverre omslagpunten in de deviatiecyclus van het BBP en de gesynchroniseerde component overeenkomen. In statistische termen wordt van de componentreeksen de gewogen regime-overeenkomst [2] met de referentiereeks bepaald. Op basis van deze statistiek, de voorlooptijd en de noodzaak voor een diverse groep aan reeksen is een groep componentreeksen voor de wijzer (zes reeksen) en voorspeller (vijf reeksen) gekozen vanuit de 66 potentiële componentreeksen. Deze reeksen zijn te zien in Tabel 1 samen met de vertraging en het gewicht in de indicator.

Tabel 1: Reeksen opgenomen in de Rabobank conjunctuurindicator
Tabel 1: Reeksen opgenomen in de Rabobank conjunctuurindicator

Opvallend is het grote aantal componentreeksen dat is gerelateerd aan de woningmarkt (zowel bestaande als nieuwbouwwoningen). Toch geeft dit ook een duidelijke indicatie van het belang van de woningmark voor de Nederlandse economie sinds het begin van de jaren negentig. Vanaf januari 1990 is de componentreeks `nieuwbouw waarde vergunningen’ beschikbaar, terwijl de andere componentreeksen gerelateerd aan de woningmarkt pas vanaf januari 1995 beschikbaar zijn. De relaties tussen de referentie- en componentreeksen zijn dus in de periode vanaf die maanden tot september 2013 bepaald. Nu de woningmarkt in kalmer vaarwater is gekomen, kan het zijn dat deze relatie minder sterk wordt.

De zes (vijf) componentreeksen worden gewogen opgenomen in één samengestelde indicator, de wijzer (voorspeller). De gewichten zijn bepaald aan de hand van Principale Componenten Analyse (PCA). Voordat we deze methode toepassen en de indicator samenstellen, worden de opgenomen componentreeksen gestandaardiseerd en gesynchroniseerd aan de hand van hun optimale voorlooptijd. Aangezien we verwachten dat dit resulteert in een groep componentreeksen die dezelfde fase van de conjunctuurcyclus beschrijven, verwachten we veel overeenkomsten. Deze hypothese is getest met behulp van PCA voordat de reeksen in Tabel 1 zijn vastgesteld. In Figuur 4 is de gestandaardiseerde BBP deviatiecyclus te zien samen met de conjunctuurindicator (wijzer en voorspeller).

Figuur 4: De BBP deviatiecyclus samen met de Rabobank conjunctuurindicator
Figuur 4: De BBP deviatiecyclus samen met de Rabobank conjunctuurindicator
Bron: Rabobank

Voetnoot

[2] In het Engels spreken we over de `weighted concordance index’.

Resultaten uit het heden bieden geen garantie voor het verleden

Ondanks dat de wijzer exacter is in het aanwijzen van omslagpunten in de referentiereeks dan de voorspeller, benoemen ze beide alle omslagpunten in het verleden. Omdat de componentreeksen hierop zijn geselecteerd, mag dit niet verbazen. Maar het doel van de Rabobank conjunctuurindicator is om ook de toekomstige omslagpunten in de BBP deviatiecyclus eerder waar te nemen dan de gepubliceerde BBP-volumes. Daarom is het interessant om te onderzoeken of conjunctuurindicatoren gemaakt met dezelfde methodiek, maar zonder de toenmalige toekomstige informatie, ook in staat zijn om het eerstvolgende omslagpunt voor het BBP te zien. Daartoe zijn er voor eerdere perioden twee conjunctuurindicatoren ontwikkeld, waarbij de relatie tussen de referentiereeks en variabelen voor de volgende omslagpunten niet is meegenomen. De componentreeksen van de conjunctuurindicator gebruikt om het dal in 2009 te observeren zijn bijvoorbeeld gebaseerd op de relatie tussen de referentiereeks en variabelen tot en met december 2008. Vervolgens veranderen we de componentreeksen niet meer, maar werken we de conjunctuurindicator maand voor maand bij. Dit leidt tot twee conjunctuurindicatoren die het dal in 2009 en de piek in 2011 voor de gepubliceerde referentiereeks zouden hebben geobserveerd. Hieruit maken we op dat de methodiek resulteert in een BBP conjunctuurindicator die in staat is om omslagpunten voortijdig te observeren. Ook zonder de informatie die we nu kunnen gebruiken om een optimale conjunctuurindicator samen te stellen zou de methode hebben geleid tot een conjunctuurindicator die bij de vorige omslagpunten in de conjunctuurcyclus van waarde zou zijn geweest.

De conjunctuurindicator en de huidige economische situatie

Inmiddels is de `Flash’ schatting van het CBS voor het derde kwartaal van 2013 gepubliceerd. In de op basis daarvan geïnterpoleerde BBP-reeks is een conjunctureel dal in de deviatiecyclus te zien in maart 2013. Let er wel op dat de geschatte langetermijntrend op dit moment een krimp van de economie weergeeft en dit dal dus geen omslagpunt van krimp naar groei aangeeft. Omdat dit nog is gebaseerd op de `Flash’ schatting kan de observatie nog veranderen, maar voor nu concluderen we dat de Rabobank conjunctuurindicator het dal tijdig heeft gezien. De wijzer en voorspeller zijn, zoals het er nu voor staat, respectievelijk één en drie maanden te vroeg in hun schatting van het omslagpunt.

De losse componentreeksen opgenomen in de wijzer zitten op dit moment allemaal in een periode met sterkere groei dan hun respectievelijke langetermijntrend. Zo laten de twee producentensentimentvariabelen (verwachtingen bedrijvigheid en verkoopprijzen/tarieven komende drie maanden) een omslagpunt zien in respectievelijk december 2012 en maart 2013. In tegenstelling tot de onderdelen van de wijzer zit er in de voorspeller één componentreeks die in mei 2014 een zwakkere groei dan de langetermijntrend laat zien, namelijk de maatschappelijke geldhoeveelheid M1. Toch wijst de voorspeller er nog niet op dat in het tweede kwartaal van 2014 alweer een omslagpunt bereikt zal zijn. Vooralsnog is het regime van hogere groei dan de langetermijntrend dus de situatie die de Nederlandse economie kenmerkt.

Tot besluit

De nieuwe Rabobank conjunctuurindicator is goed in staat omslagpunten in de deviatiecyclus van het BBP-volume aan te wijzen en te voorspellen. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van unieke Rabobank-data en kan de raming voor de kortetermijnontwikkeling van het BBP-volume worden verbeterd met actuele informatie. Na elk omslagpunt is er weer nieuwe informatie beschikbaar over de relatie tussen de potentiële componentreeksen en het BBP. Uit deze informatie kan blijken dat we één of meer onderdelen van de conjunctuurindicator moeten veranderen. Daarom zullen we de potentiële onderdelen ongeveer een jaar na ieder omslagpunt in de referentiereeks opnieuw evalueren en indien nodig herzien. Dit zal naar verwachting om de twee jaar gebeuren. Zo zorgen we er voor dat we op ieder moment de beste mogelijke conjunctuurindicator hebben voor het bepalen van het eerstvolgende omslagpunt.

Delen:
Auteur(s)

naar boven