RaboResearch - Economisch Onderzoek

Oplossingen uit en in de ruimte

Column

Delen:

Japanners sturen een pratende robot naar het internationale ruimtestation ISS om de bemanningsleden gezelschap te houden. Voor een deel is dit vooral een PR-stunt om te laten zien waartoe Japanse robots in staat zijn. Deze ‘gezelschapsrobot’ is eigenlijk bedoeld om ouderen in Japan gezelschap te houden, en kan naar het schijnt ook gelaatsuitdrukkingen van mensen herkennen.

Een onbeduidend feit zo lijkt het. Maar toch is dit weer een nieuwe stap naar het overbodig maken van mensen. En wellicht wordt het zoeken naar buitenaards leven daardoor steeds belangrijker.

Overbodige banen…

Er zijn tal van voorbeelden te vinden van beroepen die relatief eenvoudig geautomatiseerd kunnen worden. Van veel productiewerk weten we dat al. Maar ook veel administratieve en secretariële functies zijn al in hoge mate geautomatiseerd of dat gaat de komende tijd gebeuren. Een voorbeeld daarvan is de financiële sector, waar door ICT-toepassingen steeds minder mensen nodig zijn om de klanten goed te bedienen.

Maar er gaat nog veel meer gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan verkopers. Steeds meer detailhandel verdwijnt, en ‘verkopen’ is al lang niet meer de belangrijkste taak van het personeel in de winkel. Ook advies geven over producten is steeds minder nodig, met allerhande vergelijkingssites op internet.
Een ander voorbeeld is de vakkenvuller. Nu nog een gewild bijbaantje, binnenkort terrein voor robots. De barcodes staan al bij het schap, supermarkten kennen vaak eenzelfde indeling en de voorraadadministratie staat al in de computer.

Maar ook hoger geschoold werk zal deels verdwijnen. En dan gaat het niet om extreem creatieve processen, maar bijvoorbeeld wel het werk van radiologen en juristen. Het beoordelen van röntgenfoto’s is relatief eenvoudig te automatiseren door een grote database met foto’s te scannen. Hetzelfde geldt voor het opzoekwerk van juristen. Arresten en wetboeken napluizen kan nu al deels geautomatiseerd.

...zijn van alle tijden…

Dat banen verdwijnen is van alle tijden. En ook de angst daarvoor. Tijdens de industriële revolutie in Engeland zorgden textielarbeiders – de zogenoemde ‘Luddetes’, vernoemd naar hun voorman Ned Ludd – voor opstanden en rellen tegen de bedreiging van de mechanische weefgetouwen. Sinds die tijd wordt iedereen die beweert dat technologische vooruitgang tot achteruitgang voor werknemers betekent ook wel ‘luddite’ genoemd. En tot nu toe zijn er altijd banen voor in de plaats gekomen en hebben diegenen die anders beweerden ongelijk gekregen. Van een agrarische, naar een industriële en vervolgens naar een dienstensamenleving.

…maar nu wellicht anders?

Toch kan het nu wellicht anders zijn. Een aantal aanwijzingen daarvoor. Ten eerste is het aandeel van lonen in het nationaal inkomen nagenoeg mondiaal de afgelopen decennia fors afgenomen. Arbeid profiteert relatief minder van de productiviteitstoename dan kapitaal. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat kapitaal en arbeid niet langer vooral complementair zijn, maar in toenemende mate substituut. Hierdoor hoeft de eigenaar van de kapitaalgoederen zijn winsten in mindere mate te delen met zijn werknemers.

Ook is het nu nog niet duidelijk wat de nieuwe ‘banenmotor’ moet zijn. Dat is vaker zo, maar op dit moment is het wel heel onduidelijk wat na een diensteneconomie komt. De relatief nieuwe groeisectoren in termen van toegevoegde waarde zoals ICT hebben namelijk vaak verrassend weinig werknemers.

Gevolg hiervan is dat het reëel beschikbaar looninkomen van werknemers minder hard toeneemt dan de economische groei. Weliswaar komen de vermogenswinsten uit kapitaal uiteindelijk ook bij huishoudens terecht, maar dit zal voor een minder groot deel leiden tot binnenlandse consumptie, wel tot een schevere inkomensverdeling.

Per saldo betekent dit minder binnenlandse consumptie. En dat betekent dat alle bedrijven die juist sterk afhankelijk zijn van die binnenlandse koopkracht het moeilijk hebben.

Dus maar de ruimte in?

De situatie in Nederland verschilt niet veel van die in veel andere landen. Dus een afnemend aandeel van lonen, waardoor het beschikbaar looninkomen achterblijft. Dan wordt het huidige model dat veel landen trachten te hanteren – meer exporteren om te groeien – op een gegeven moment wel lastig. In het westen zien we dat al.

Wellicht is de Japanse aanpak een voorbode van de weg die we moeten gaan: proberen afzetgebieden buiten onze atmosfeer te vinden. Want we kunnen dan wel veel en steeds goedkoper produceren, uiteindelijk moet iemand ook die spullen kopen, toch?

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven