RaboResearch - Economisch Onderzoek

Uit balans

Column

Delen:

Soms lijken dingen heel simpel. Zoals dat een lagere rente leidt tot meer investeringen en meer consumptie. Maar er zijn economische omstandigheden waarin dat niet meer zo werkt. En daarin zitten we nu. Een balansrecessie. Sparen gaat dan niet over rendement, maar om het aflossen van schuld. Vooral Nederlandse huishoudens hebben daarmee te maken. Want hoewel de netto ver­mogenspositie van Nederlandse huishoudens in internationaal perspectief goed is, hebben huis­houdens redenen te over om te sparen. Op zichzelf is er niks mis met sparen en schuld aflossen. Maar de economie raakt daarmee uit balans. En de overheid moet die balans niet verder verstoren door beleidsonzekerheid te creëren en fors te bezuinigen. 

De particuliere consumptie is in de afgelopen jaren fors gekrompen. Dit is de belangrijkste reden waarom de Nederlandse economie het slechter doet dan die in de ons omringende landen. Deels komt die dalende consumptie door een dalend beschikbaar inkomen. Maar nog belangrijker is de ongekende spaardrift die ons land heeft getroffen.

Huishoudens kunnen op een paar manieren sparen. Ten eerste vanuit hun inkomen. Bij een dalen­de werkgelegenheid, stijgende werkloosheid en dalende koopkracht is dat niet eenvoudig. Je kunt ook sparen uit vermogenswinsten. Helaas is daar op dit moment vrijwel geen sprake van. Zo is het vermogensverlies op de eigen woning inmiddels aanzienlijk. Tussen 2008 en nu zijn de huizen­prijzen gemiddeld met bijna 20% gedaald. Dat betekent een vermogensverlies van vele miljarden euro’s. Weliswaar gaat het om papieren verliezen, net zoals de vermogenswinsten papieren win­sten waren. Maar mensen hebben de rare gewoonte weer te willen hebben wat ze ooit meenden te hebben gehad. Een andere belangrijke reden voor de huidige spaardrift is de pensioen­problematiek. Pensioenen blijken, midden in crisistijd, minder waardevast dan vaak gedacht, ook al zijn de vermogens van pensioenfondsen momenteel groter dan ooit tevoren. Een groot deel van de huishoudens in Nederland streeft ernaar de verliezen weer goed te maken. Het spaardoel is duidelijk en wordt nauwelijks beïnvloed door het rendement op sparen. Voor een econoom een rare gedachte, maar een klassieke ontwikkeling tijdens een zogenaamde balansrecessie.                      

Dit is de bruto vermogenskant van de balans van de Nederlandse huishoudens. Aan de passivakant is er ook een reden om geen geld uit te geven. Veruit het grootste deel van de leningen van Neder­landse huishoudens bestaat uit hypotheekleningen – meer dan 650 miljard euro. Dat de fiscaliteit daar iets mee van doen heeft, is voor iedereen duidelijk. Het zorgt in ieder geval voor arbitrage in de investeringsbeslissing (aflossen niet aantrekkelijk). Ook heeft het maximaal benutten van de fiscaliteit bijgedragen aan een hoger bruto huizenvermogen. Een ding is inmiddels wel duidelijk: de politieke horde voor afbouw van de hypotheekrenteaftrek is inmiddels genomen. Dat betekent voor huishoudens een iets grotere prikkel om hypotheekschulden te verminderen, ofwel een minder verstoorde investeringsbeslissing te nemen. In gewone mensentermen: sparen om schuld af te lossen.

Gevolg van beide ontwikkelingen is dat huishoudens, ook bij de huidige lage rente, een duidelijke reden hebben om hun geld niet uit te geven. Ofwel een liquiditeitsval. En door de hoge bruto­posities, ofwel de lengte van de balans van Nederlandse huishoudens, doet dit in vergelijking met veel andere landen extra pijn. Want verliezen tikken harder aan bij hoge brutoposities.

De oplossing is gelukkig ook niet zo heel ingewikkeld in een rijk land als Nederland. Ten eerste moeten we zien dat we uit de liquiditeitsval komen. Daarvoor is het noodzakelijk dat het vertrou­wen van huishoudens en bedrijven terugkeert. Cruciaal in ons land is daarbij het beleid op de woningmarkt. Aangezien de grootste vermogenscomponent het huizenvermogen is, zou de overheid huishoudens een goede dienst bewijzen door de beleidsonzekerheid op de woningmarkt snel een halt toe te roepen. Dan weten huishoudens hoeveel geld ze nog moeten reserveren om hun schulden af te betalen.

Daarnaast moet een overheid niet een flink deel van haar bezuinigingsoperatie laten neerslaan bij huishoudens. Dat bemoeilijkt het balansherstel en zorgt ervoor dat nog minder geld wordt uitge­geven, met negatieve effecten op de economische groei. In deze situatie is het verstandiger om niet meer te bezuinigen.

Een gebalanceerd overheidsbeleid dient gericht te zijn op de houdbaarheid van de over­heids­financiën op lange termijn. Daarbij dient de overheid nu voorrang te geven aan balansherstel van huishoudens. Dat is de sleutel tot economisch herstel. Want een gezon­de economie moet niet alleen worden afgemeten aan de overheidsfinanciën. Als de private sector daardoor grote problemen heeft, is economisch herstel nog steeds ver weg dat gaat ook weer ten koste van de overheidsbalans.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven