RaboResearch - Economisch Onderzoek

Een blik op de arbeidsmarkt van IT’ers

Themabericht

Delen:

Het tekort aan technisch personeel staat al geruime tijd hoog op de beleidsagenda’s. Een doelgroep die vaak in verband wordt gebracht met krapte is die van IT-personeel. Door technologische vooruitgang en digitalisering is het belang van IT’ers in het bedrijfsleven enorm toegenomen. Kennis over de doelgroep kan werkgevers helpen om IT’ers langer aan zich te binden. Vanuit deze gedachte brengt dit
Themabericht in kaart hoe de arbeidsmarkt van de voor de Rabobank relevante groepen IT’ers eruit ziet.

Een schaarse doelgroep?

Uit een recent onderzoek blijkt dat 40% van de HR-professionals problemen ondervindt bij de invulling van de functiegroep ICT’ers (ADP, 2012). De vacature ICT’er in de sector ICT-dienstverlening voert bovendien de ranglijst aan van moeilijk vervulbare vacatures. De ICT-sector [1] heeft de afgelopen decennia een snelle opmars meegemaakt. Het aandeel van de sector IT-dienstverlening in de bruto toegevoegde waarde van de economie is tussen 1990 en 2011 verdrievoudigd. Bovendien zijn de investeringen van bedrijven en overheid in ICT-ka­pi­taal de afgelopen decennia fors gegroeid. Dit geldt ook voor de bestedingen van huishoudens en bedrijven aan ICT-goederen en –dien­sten. Vanuit de vraagkant is de behoefte aan ICT-goederen en -diensten dus toegenomen. Het aanbod van afgestudeerde IT’ers houdt geen gelijke tred met het tempo waarin de ICT-sector als geheel groeit. Het aantal afgestu­deerde IT’ers aan bacheloropleidingen daalde de afgelopen jaren zichtbaar, terwijl het aan­tal afgestudeerden aan mbo- en master-opleidingen enigszins stabiliseerde. Het percentage afgestudeerden dat een IT-opleiding heeft gevolgd, is in de periode 2006-2011 gedaald. Deze ontwikkeling is zichtbaar bij alle opleidingsniveaus.

Arbeidsmarktgegevens wijzen op een relatief grote krapte aan IT’ers in vergelijking met an­de­re functies. Uit de vacaturegraad -het aantal vacatures per duizend banen– kan worden op­ge­maakt dat vacatures in de ICT-sector moeilijker zijn in te vullen dan in andere sectoren. Hoewel niet alle IT’ers in de ICT-sector zelf werk­zaam zijn, is de vacaturegraad in deze sec­tor wel een sterke aanwijzing dat de arbeidsmarkt van IT’ers als beroepsgroep krap is. Bijna de helft van de ICT’ers werkt namelijk in de sector informatie en communicatie; het overgrote deel hiervan bij ICT-dienstverleners (CBS, 2012). Uit onderzoek blijkt dat afgestudeerden informatica (hbo en universiteit) minder lang naar een baan zoeken dan afgestudeer­den van de meeste andere opleidingen (SEO, 2012). Hoogopgeleide afgestudeerden die een functie binnen de automatisering uitoefenen, hebben een relatief korte baanzoekduur. De meest gewilde IT’ers –dat wil zeggen degenen met de kortste baanzoekduur– zijn werkzaam binnen de zakelijke dienstverlening. Uit onderzoek van ROA (2011) komt naar voren dat het bruto uurloon van werknemers in informaticaberoepen bovengemiddeld is. Dit geldt ook voor de reële loongroei in de afgelopen jaren. Voor de komende jaren (2011-2016) voorspelt ROA dat werkgevers weinig moeilijkheden zullen ondervinden bij het vinden van IT-professionals. ROA doet echter geen voorspellingen voor verschillende subgroe­pen binnen deze beroepsklasse; dit kan krapte in bepaalde deelsectoren verhullen. Bovendien gaat men uit van een relatief lage vervangingsvraag, omdat IT’ers relatief jong zijn. Dit strookt echter niet met de werkelijke dynamiek in de IT-sector, die veel groter is dan in andere sectoren.

Voetnoten

[1] ^ De begrippen IT en ICT worden in dit Themabericht door elkaar gebruikt. Het onderscheid tussen de twee -de C- staat voor communicatie. In de praktijk is het verschil moeilijk te maken, omdat communicatie steeds meer geïntegreerd raakt met informatiesystemen. Dit Themabericht maakt in beginsel gebruik van het begrip IT, tenzij de geraadpleegde bron refereert aan ICT.

De doelgroep

In het voorgaande is een beeld gegeven van de arbeidsmarkt van IT’ers vanuit macro-perspectief. Nu gaan we in op een aantal beroepen binnen de IT-sector. Het gaat om de volgende groepen [2]:

  1. Netwerkbeheerder
  2. Businessanalist
  3. Projectmanager
  4. Programmeur
  5. Technisch systeemanalist
  6. Administratief systeemanalist

De groepen verschillen naar aard van de werkzaamheden en opleidingsniveau. Zo zijn netwerkbeheerders verantwoordelijk voor het bedienen en onderhouden van IT-systemen, hebben projectmanagers vooral een aansturende rol en vormen businessanalisten de schakel tussen de vraag naar IT-diensten en de IT-professionals die deze diensten leveren. Programmeurs hebben veelal een wetenschappelijke achtergrond, terwijl een groot deel van de netwerkbeheerders juist op mbo-niveau werkt. Meer informatie over de afbakening van de doelgroepen is te vinden in Van Benthem (2012).

Voor de analyse is gebruik gemaakt van CBS microdatabestanden die informatie bevatten over de Nederlandse beroepsbevolking. Op basis van de CBS-data is een dataset met enkele tienduizenden observaties gecreëerd waarop de analyses zijn uitgevoerd. De data bestrijken de periode 2003-2009, zodat over de gehele conjunctuurcyclus gegevens beschikbaar zijn. Voor meer informatie over de gebruikte data en de doelgroepenafbakening, zie Van Benthem (2012).

Voetnoten

[2] ^ Omwille van de anonimiteit van respondenten eist het CBS een minimum van tien observaties per ‘cel’. Om deze reden worden groepen 4, 5 en 6 in een aantal gevallen samengevoegd tot één groep: programmeur/systeemanalist.

Eigenschappen van IT’ers

Uit de analyse blijkt allereerst dat weinig vrouwen werkzaam zijn als IT’er. Het percentage vrouwen schommelt tussen de 5 en 15%, afhankelijk van de doelgroep. Dat terwijl de beroepsbevolking als geheel voor meer dan 40% uit vrouwen bestaat. Dit sluit aan bij het stereotype beeld dat de IT-sector een mannenbolwerk is. Deze scheve man/vrouw-verhou­ding is ook al waarneembaar bij IT-opleidingen. Verder valt op dat de gemiddelde leeftijd onder IT’ers lager ligt dan in de rest van de beroepsbevolking. Wel neemt het aantal personen in de oudere cohorten (45-55 jaar en 55-plussers) onder IT-professionals een stuk sneller toe dan gemiddeld. Mensen werkzaam als IT’er wonen vaker in de Randstad (Noord-/Zuid-Holland en Utrecht). Ook Noord-Brabant blijkt voor hen een populaire provincie om te wonen.

IT-functies blijken lang niet altijd te worden uitgevoerd door personen met een IT-oplei­ding. Dit komt door een combinatie van schaarste –die werkgevers dwingt verder te kijken dan naar alleen afgestudeerden van IT-opleidingen– en het feit dat het niet voor alle IT-functies een must is om ook een IT-opleiding te hebben gevolgd. Zo valt voor personen die werkzaam zijn als netwerkbeheerder op dat er in de top tien studierichtingen drie middelbare schooldiploma’s staan (mavo, havo en vwo). Wanneer we wat breder kijken naar het niveau van de genoten opleiding, valt op dat 60% van de netwerkbeheerders een mbo-opleiding heeft gevolgd, terwijl de functie ‘programmeur’ bijna uitsluitend wordt beoefend door mensen die hoger opgeleid zijn.

Baankenmerken van IT’ers

De omvang van de zes doelgroepen verschilt behoorlijk. Zo waren er in 2010 naar schatting 3.400 mensen werkzaam als programmeur, terwijl er ongeveer 115.000 personen een baan hadden als netwerkbeheerder of administratief systeemanalist. Het gaat hier om schattingen op het niveau van de Nederlandse beroepsbevolking als geheel. In de periode 2003-2010 is het aantal personen werkzaam als businessanalist en administratief systeemanalist behoorlijk toegenomen, terwijl het aantal projectmanagers, programmeurs en technisch systeemanalisten is gedaald [3].

Van de IT’ers werkt veruit het grootste deel in de sector IT-dienstverlening. Andere veel voorkomende sectoren waar IT’ers werken zijn de overheid, financiële dienstverlening, onderwijs, gezondheidszorg en handel en vervoer. Het gemiddeld verdiende loon verschilt behoorlijk tussen de diverse functies (figuur 1).

Figuur 1: IT'ers verdienen een goed salaris

Figuur 1: IT’ers verdienen een goed salaris

Bron: CBS, bewerking Rabobank

IT’ers verdienen gemiddeld genomen een goed salaris: alle beroepsgroepen zaten in 2009 boven het landelijke gemiddelde van circa 3000 euro/maand. Projectmanagers verdienen het meest, netwerkbeheerders het minst. Wel valt op dat IT’ers die een meer administratieve en aansturende rol hebben (zoals projectmanagers), beter verdienen dan degenen die zich met technische toepassingen bezig houden. Wel schommelt het salaris van bepaalde beroepsgroepen nogal per jaar. Zowel conjuncturele effecten als de steekproefsamenstelling (zie voetnoot 4) spelen hierbij een rol.

Voetnoten

[3] ^ Hoewel de langjarige trends duidelijk zichtbaar zijn, kunnen de aantallen in de groepen met relatief weinig observaties –projectmanagers, programmeurs en technisch systeemanalisten– van jaar tot jaar behoorlijk schommelen. In de groepen waar sprake is van lage steekproefaantallen kunnen ook de (arbeidsmarkt-)kenmerken (zoals salaris) van de respondenten jaarlijks grote verschillen vertonen.

De duur van een baan

Een analyse van de baanduur van IT’ers kan inzicht geven in de factoren die invloed uitoefenen op de lengte van het dienstverband. Voor onze analyse zijn microdata over het tijdvak 2003-2009 gebruikt. Er kan binnen de analyse onderscheid worden gemaakt tussen banen die tussen 2003 en 2009 zijn begonnen en in die periode eindigen, en banen die tussen 2003 en 2009 zijn begonnen en die nog doorliepen na 2009. Banen die voor 2003 zijn begonnen, worden niet meegenomen omdat dit een overschatting van de baanduur zou geven. Immers, een baan die, zeg, in 1999 begon en in 2002 ophield zou buiten de steekproef vallen, terwijl een baan die eveneens in 1999 begon maar in 2003 nog steeds bestaat, wel zou worden meegenomen. Baanduren die incompleet zijn (dat wil zeggen die in 2009 nog steeds voortduren) worden afgetopt op de laatst waargenomen datum.

Uit de analyseresultaten blijkt dat de gemiddelde baanduur van IT’ers circa 400 dagen bedraagt voor complete duren en omstreeks 550 dagen voor incomplete duren. Deze op het eerste oog korte baanduur is het resultaat van een relatief korte observatieperiode (2003-2009). Een andere verklaring voor de op het eerste gezicht korte baanduur is dat een baan eindigt zodra iemand overstapt naar een functie die in een andere beroepencode valt, ongeacht of de persoon bij dezelfde werkgever blijft of niet. De baanduren van IT’ers zijn iets korter dan die van de beroepsbevolking als geheel, maar het verschil is niet heel groot [4]. In de baanduuranalyse is onder meer gekeken naar de kans dat iemand binnen een bepaalde periode (één, twee of vijf jaar) uitstroomt uit een bepaalde baan [5]. Wanneer we kijken naar de gehele steekproef van IT’ers (zonder onderscheid te maken naar beroepsgroep) en de kans dat iemand binnen één jaar uitstroomt, kan een aantal factoren worden onderscheiden die de uitstroomkans verkleinen. IT’ers met een partner hebben een significant lagere kans om binnen één jaar al te stoppen met een bepaalde baan. IT’ers in de leeftijdscategorieën 25-34 jaar en 55 jaar en ouder hebben een lagere uitstroomkans dan de referentiegroep van 14-24 jaar.

Een hoger loon verkleint de kans dat een IT’er binnen één jaar met een bepaalde baan stopt. Het absolute effect van loon op de uitstroomkans is echter gering. Wel ontbreekt de significantie van deze variabele in de twee andere specificaties (twee en vijf jaar). Een tijdelijk contract vergroot de kans op uitstroom. IT’ers met een tijdelijk contract hebben een 6% hogere kans om binnen één jaar uit te stromen uit hun huidige baan. Dit effect doet zich voor in alle drie de specificaties. IT’ers die aangeven ‘meer te willen werken’ hebben eveneens een hogere uitstroomkans. Zij die aangeven meer te willen werken hebben een 11% hogere kans om binnen één jaar met hun baan te stoppen. Ook dit effect is robuust over alle drie de specificaties.

Van alle verklarende factoren zijn contractsoort en het aantal werkuren de meest interessante aspecten voor werkgevers om naar te kijken om de loyaliteit van IT’ers te vergroten. Een vast contract verlaagt de uitstroomkans aanzienlijk. Ook de wens om meer te willen werken, heeft grote invloed op de baanduur. Daarnaast is er een aantal factoren (bijvoorbeeld het wel of niet hebben van een partner) die weliswaar relevant zijn bij het verklaren van de baanduur, maar waar werkgevers weinig invloed op kunnen uitoefenen.

Voetnoten

[4] ^ In sommige vergelijkbare studies (bijvoorbeeld Gregg en Wadsworth, 2002) wordt ook een gemiddelde baanduur gevonden die ongeveer overeenkomt met de resultaten van ons onderzoek.

[5] ^ Een alternatief zou zijn om niet te kijken naar uitstroomkansen binnen een bepaalde periode, maar de baanduur zelf op te nemen als de te verklaren variabele. De overweging om te kiezen voor een model op basis van uitstroomkansen is tweeledig: (1) een baanduurmodel heeft meer last van endogeniteit: correlatie tussen baanduur en verklarende variabelen (e.g. loon), en (2) incomplete baanduren kunnen dan niet worden meegenomen, zodat er nog maar weinig observaties overblijven.

Conclusie

Op basis van het onderzoek kan een aantal conclusies worden getrokken die voor IT’ers in het algemeen gelden. Om te beginnen is het percentage vrouwen dat werkzaam is als IT’er bijzonder laag in vergelijking met andere beroepen. Dit begint al bij de opleidingskeuze. Er valt een wereld te winnen in het interesseren van vrouwen voor IT. Verder blijkt uit de kwantitatieve analyse dat de loyaliteit van IT’ers aan de werkgever onder andere sterk afhangt van het soort contract en van de wens om meer uren te willen werken. Werkgevers die IT’ers langer aan zich willen binden, kunnen dat doen door sneller een vast contract aan te bieden en door IT’ers een zekere flexibiliteit te bieden in het aantal uren dat ze kunnen werken.

Literatuurlijst

ADP Nederland, Berenschot en Performa Uitgeverij (2012), HR Trends 2012-2013

Benthem, W.J.A van(2012), The labor market for IT professionals in the Netherlands, Master Thesis, Tilburg University.

Gregg, P. en Wadsworth, J. (2002), Job tenure in Britain, 1975-2000. Is a job for life or just for Christmas? Oxford Bulletin of Economics and Statistics, 64(2): 111-134

SEO (2012), Studie & Werk 2012, Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek (auteurs: Berkhout, E., J. Prins en S. van der Werff)

ROA (2011), De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2016, ROA-R-2011/8, Maastricht: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt

Delen:
Auteur(s)

naar boven